Author Archives: ahmed4334

ahmed4334

Author: ahmed4334

my bio

Leerplichtverordening AB 2011 no. 82

*************************

AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ====================================================================
Intitulé : LANDSVERORDENING van 23 december 2011 houdende de invoering van een leerplicht voor jongeren
Citeertitel: Leerplichtverordening
Vindplaats : AB 2011 no. 82
Wijzigingen: Geen

DOWNLOAD PDF
====================================================================

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

Artikel 1
1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Minister : de minister, belast met de zorg voor het onderwijs; Directeur : de directeur van de Directie Onderwijs; school : een door het Land of door een natuurlijke- of rechtspersoon in stand gehouden, door of vanwege het Land bekostigde instelling voor kleuteronderwijs, basisonderwijs of voortgezet onderwijs; schooljaar : de bij ministeriële regeling voor de scholen vastgelegde lesperiode; jongere : een kind tussen de 4 en 17 jaar, dat zijn werkelijke verblijfplaats in Aruba heeft; ouder : de in Aruba werkelijke verblijfplaats hebbende natuurlijke- of rechtspersoon die het gezag over een jongere uitoefent; hoofd : degene die belast is met de leiding van een school. 2. De Minister kan op voordracht van de Directeur, de natuurlijke- of rechtspersoon die feitelijk een jongere verzorgt, waarvan geen ouder feitelijk in Aruba verblijft, voor de toepassing van deze landsverordening gelijkstellen met een ouder. De betrokkene wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van een beschikking als bedoeld in de eerste volzin. 3. De Minister kan een onderwijsinstelling in Aruba, die geen school is, op een daartoe strekkend schriftelijk en voldoende gedocumenteerd verzoek van die instelling voor de toepassing van deze landsverordening gelijkstellen met een school. 4. Aan een beschikking tot gelijkstelling als bedoeld in het derde lid, worden voorwaarden, voorschriften of beperkingen verbonden. Bij niet-naleving van een of meer gestelde voorwaarden, voorschriften of beperkingen wordt de beschikking ingetrokken.
Artikel 2
1. Een ouder draagt zorg dat de jongere: a. overeenkomstig de bepalingen van deze landsverordening is ingeschreven als leerling van een school en b. gedurende de reguliere schooluren een school bezoekt, totdat hij ten minste het onderwijs, verzorgd aan een school voor beroepsonderwijs of algemeen voortgezet onderwijs, heeft afgerond, dan wel de leeftijd van 17 jaar heeft bereikt. 2. Het gebod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt bij aanvang van het schooljaar voor de ouders van jongeren die vier jaar oud zijn, dan wel voor 1 oktober deze leeftijd zullen bereiken. Indien de jongere na deze eerste verplichte schooldag in Aruba is komen wonen, gaat het gebod in dertig dagen na aankomst van de jongere in Aruba.
************************* AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Het gebod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vangt aan op het moment dat de jongere tot die school wordt toegelaten. 3. De Minister kan, op verzoek van een ouder, voor een jongere die ten minste de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt en waarvan naar het oordeel van de Minister is komen vast te staan dat hij niet geschikt is om volledig dagonderwijs aan een school te volgen, een ander onderwijsprogramma goedkeuren. Dit programma houdt in ieder geval in dat de jongere aan de school, in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school, een programma volgt dat naast algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs tevens praktijktijd bevat, te verrichten naast en in samenhang met het onderwijs. 4. De Minister kan regels stellen met betrekking tot het programma, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3
1. Een ouder kan op een daartoe strekkend schriftelijk en voldoende gedocumenteerd verzoek, geheel of gedeeltelijk, ontheffing krijgen van de verplichting tot naleving van het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, voor een jongere: a. die om fysieke of psychische redenen niet geschikt of niet in staat is om een school te bezoeken of de desbetreffende opleiding niet volledig kan volgen; b. die als leerling staat ingeschreven aan een buiten Aruba gevestigde en aldaar als zodanig erkende onderwijsinstelling; c. voor wie bijzondere omstandigheden de inschrijving aan een school onwenselijk maken. 2. Een ontheffing op grond van het eerste lid, onderdeel a, wordt slechts verleend, indien het verzoek daartoe vergezeld is van een verklaring van een door de Minister daartoe aangewezen arts, pedagoog of psycholoog, inhoudende dat de jongere niet geschikt of niet, althans niet voortdurend, in staat is een school te bezoeken. 3. Een ontheffing op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt slechts verleend, indien het verzoek daartoe vergezeld is van een recente verklaring van het hoofd van de desbetreffende buitenlandse onderwijsinstelling dat de jongere aldaar is ingeschreven of naar zijn verwachting zal worden ingeschreven, en van gegevens waaruit tenminste blijkt dat het onderwijs aan de onderwijsinstelling aansluiting geeft aan door of vanwege de desbetreffende staat gegeven vervolgonderwijs. 4. Ontheffingen worden verleend door de Minister; hij beslist binnen dertig dagen na ontvangst daarvan op een verzoek. De beschikking van de minister is schriftelijk en bevat, in geval van afwijzing, de redenen daarvoor. 5. Ontheffingen hebben, indien het betreft een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, tenzij de ontheffing anders vermeldt, een onbeperkte geldigheidsduur, en gelden, indien het betreft een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c, tot het einde van dat schooljaar.
Artikel 4
1. Een ouder is vrijgesteld van de verplichting tot naleving van het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, ingeval: a. de school tijdelijk is gesloten of het geven van onderwijs aldaar tijdelijk is gestaakt; b. de jongere bij wijze van disciplinaire maatregel of om gezondheidsredenen tijdelijk de toegang tot de school waaraan hij is
2
************************* AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
ingeschreven, is ontzegd; c. de jongere wegens ziekte of een andere ongesteldheid tijdelijk is verhinderd de school waaraan hij is ingeschreven, te bezoeken; d. er sprake is van een plotselinge of bijzondere, belangrijke persoonlijke of familiegebeurtenis voor de jongere. 2. Van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is slechts sprake, indien de ouder aan het begin van de schooldag het hoofd in kennis heeft gesteld van het feit dat de jongere ziek of ongesteld is. Indien het een besmettelijke ziekte betreft, als bedoeld in de Landsverordening besmettelijke ziekten (AB 1992 no. GT 11), stelt de ouder het hoofd in kennis van de aard van de ziekte. Indien de periode waarvoor de vrijstelling geldt, meer dan tien schooldagen beslaat, legt de ouder uiterlijk op de elfde schooldag van het verzuim een verklaring van de behandelend arts van de jongere over. 3. Van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is slechts sprake, indien de ouder zo mogelijk eerder, maar uiterlijk aan het begin van de schooldag waarop de gebeurtenis zich voordeed of zich zal voordoen, het hoofd in kennis heeft gesteld van de aard van de gebeurtenis. Voor gebeurtenissen als hier bedoeld, is de vrijstelling van toepassing voor ten hoogste tien schooldagen per schooljaar.
Artikel 5
1. Een ouder kan op een daartoe strekkend schriftelijk en voldoende gedocumenteerd verzoek een ontheffing krijgen van de verplichting tot naleving van het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. 2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt gericht aan het hoofd, dat het verzoek onverwijld toezendt aan de Directeur, die daarop beslist binnen zeven dagen na ontvangst daarvan, het hoofd en de verzoeker gehoord. 3. De Directeur legt zijn beslissing schriftelijk vast. Is zij afwijzend, dan bevat zij de redenen daarvan; is zij bewilligend, dan vermeldt zij de duur ervan.
Artikel 6
1. De Minister kan op een daartoe strekkend en voldoende gedocumenteerd verzoek aan de ouder die heeft aangetoond dat hij zonder steun van het Land niet in staat is te voldoen aan het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, hulp verlenen. 2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, is gericht aan de Minister en wordt ingediend bij de Directeur. De Minister beslist binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek, de minister, belast met sociale zaken, gehoord. 3. De Minister stelt nadere regels met betrekking tot de vorm en de duur van de hulpverlening, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 7
1. Bij de inschrijving van een jongere aan een school wordt de ouder niet verplicht, noch van zichzelf noch van de jongere, een verklaring uit de basisadministratie over te leggen, dat de jongere aldaar is ingeschreven. 2. Aan de inschrijving op een school worden geen rechten ontleend op afgifte van een verblijfsvergunning in de zin van de Lands Vergunning toelating en uitzetting (AB 1993 no. GT 33).
3
************************* AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
3. Het hoofd draagt zorg dat de namen en adressen van de op zijn school ingeschreven leerlingen zodanig worden geadministreerd, dat onbevoegden daarin geen inzage krijgen. Deze gegevens zijn, zo nodig in afwijking van andersluidende wettelijke voorschriften, uitsluitend toegankelijk voor daartoe door het hoofd aangewezen personeel van de school en voor ambtenaren als bedoeld in artikel 8, eerste lid, alsmede voor opsporingsambtenaren.
Artikel 8
1. Met het toezicht op de naleving van het bij deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen ambtenaren. Een zodanig landsbesluit wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba. 2. De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd: a. alle inlichtingen te vragen; b. inzage te verlangen van alle zakelijke boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; c. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen. 3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, verschaft met behulp van de sterke arm. 4. Op de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen is het Landsbesluit algemene bepalingen toezichtuitoefening (AB 1998 no. 70) of het landsbesluit dat dit vervangt, van overeenkomstige toepassing. 5. Een ieder verleent aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren alle medewerking, die redelijkerwijs op grond van het tweede lid is gevorderd.
Artikel 9
1. Aan de ouder die herhaaldelijk of aanhoudend nalaat te handelen ingevolge een in artikel 2, eerste lid, neergelegd gebod, kan door de Minister een last onder dwangsom van ten minste Afl. 250,- en ten hoogste Afl. 2.500,- worden opgelegd om verdere overtreding of herhaling van de overtreding te voorkomen. 2. Oplegging van de last geschiedt schriftelijk; de last vermeldt de hoogte van de dwangsom en, zo nodig, de termijn waarbinnen hij dient te worden uitgevoerd, zonder dat de dwangsom wordt verbeurd. 3. Indien door een ouder wederom wordt nagelaten deze landsverordening na te leven, nadat de last onder dwangsom is opgelegd, dan wel, indien bij de oplegging van de last een termijn is vermeld, na verloop van die termijn, doet de Minister het bedrag van de dwangsom, verhoogd met de op de invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel, tenzij ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (AB 1993 no. 45) bezwaar is gemaakt tegen oplegging van de dwangsom en nog niet op het bezwaar is beslist. 4. Een dwangbevel als bedoeld in het derde lid, wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba. 5. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat tegen het dwangbevel verzet open door dagvaarding van het Land.
4
************************* AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
6. Indien een ouder na het opleggen van een last onder dwangsom geen bezwaarschrift heeft ingediend, kan hij na ontvangst van het dwangbevel, bedoeld in het derde lid, binnen zes weken na ontvangst, alsnog bezwaar maken tegen de last. 7. Het verzet, bedoeld in het vijfde lid, dan wel het bezwaar, bedoeld in het zesde lid, schorst de tenuitvoerlegging. 8. Indien degene door wie de last verbeurd is, geldelijke maatschappelijke hulp ontvangt als bedoeld in de Landsverordening maatschappelijke zorg (AB 1989 no. GT 27), doet de minister, belast met sociale aangelegenheden, de dwangsom, in afwijking van het derde lid, op verzoek van de Minister in zes termijnen inhouden op de bovenbedoelde uitkering. Het vijfde, zesde en zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op een inhouding als bedoeld in de eerste volzin.
Artikel 10
1. Degene die handelt in strijd met een in artikel 7, derde lid, of artikel 8, vijfde lid, neergelegde rechtsplicht, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste Afl. 2.500,-. 2. De strafbare feiten, bedoeld in het eerste lid, zijn overtredingen.
Artikel 11
1. Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen datum. 2. Zij kan worden aangehaald als Leerplichtverordening. 3. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen landsbesluit wordt niet gedaan, dan nadat het ontwerp gedurende ten minste 10 werkdagen aan de Staten is overlegd.

Landsbesluit oprichting, onderwijs en examens financieel-economische faculteit Universiteit van Aruba AB 1993 no. 48

*************************

AB 1993 no. 48 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ====================================================================
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van de artikelen 5, tweede lid, 29, eerste en vierde lid, 30, 37, tweede lid, en 42 van de Landsverordening Universiteit van Aruba (AB 1988 no. 100)
Citeertitel: Landsbesluit oprichting, onderwijs en examens financieel-economische faculteit Universiteit van Aruba
Vindplaats : AB 1993 no. 48
Wijzigingen: AB 2002 no. 92*; AB 2011 no. 62

DOWNLOAD PDF
====================================================================

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

Artikel 1
1. De Universiteit van Aruba omvat de financieel-economische faculteit, in het Engels aangeduid als Faculty for Accounting, Finance and Marketing. 2. De financieel-economische faculteit omvat de studierichtingen bedrijfseconomie (Accounting and Finance) en commerciële economie Marketing). 3. Door het met goed gevolg afgelegd hebben van het eindexamen bedrijfseconomie of commerciële economie wordt de hoedanigheid van bachelor in bedrijfseconomie, respectievelijk bachelor in commerciële economie, verkregen. 4. De financieel-economische faculteit heeft in elk geval tot taak door het geven van hoger onderwijs: a. het overdragen van brede theoretische kennis en praktische kunde op een aantal economische kennisgebieden; b. het bijdragen aan de persoonlijke vorming en ontplooiingsmogelijkheden van studenten.
Artikel 2
1. De studierichtingen bedrijfseconomie en commerciële economie bestaan uit een propedeutisch en een bachelorexamen. 2. De propedeutische fase van de studierichtingen bedrijfseconomie en commerciële economie, omvattende het eerste studiejaar, wordt afgesloten met het propedeutisch examen, dat de volgende vakken en vakgebieden omvat: a. inleiding algemene economie; b. inleiding bedrijfseconomie; c. inleiding commerciële economie; d. inleiding recht; e. inleiding informatica; f. inleiding bedrijfsadministratie; g. Nederlands; h. Engels; i. inleiding bedrijfsorganisatie; j. wiskunde; k. statistiek; l. projecten. 3. De hoofdfase, omvattende het tweede, derde en vierde studiejaar, wordt afgesloten met het bachelorexamen, dat de volgende drie onderdelen omvat: a. het onderdeel theorie;
* Deze wijziging treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip
************************* AB 1993 no. 48 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
b. het praktijkonderdeel en c. de afstudeeropdracht. 4. Het onderdeel theorie voor de hoofdfase van de studierichting bedrijfseconomie omvat de volgende vakken en vakgebieden: a. financiering; b. kosten en opbrengsten; c. externe verslaggeving; d. bedrijfsorganisatie; e. commerciële economie; f. bedrijfsadministratie; g. administratieve organisatie; h. bedrijfscalculatie; i. algemene economie; j. ondernemingsrecht; k. informatiekunde; l. belastingrecht; m. Nederlands; n. Engels, o. tenminste drie door de faculteitsraad aan te wijzen keuzevakken, waarmee het programma tot minstens 240 European Credits wordt aangevuld. 5. Het onderdeel theorie voor de hoofdfase van de studierichting commerciële economie omvat de volgende vakken en vakgebieden: a. marketing management; b. dienstenmarketing; c. business intelligence/calculatorische vaardigheden; d. international marketing management; e. marketing strategie; f. marketing communicatie; g. sales & account management; h. business marketing; i. algemene economie; j. bedrijfsorganisatie; k. informatiekunde; l. ondernemingsrecht; m. vliegende module/marketing research; n. Nederlands; o. Engels; p. Spaans; q. persoonlijke competenties en sociale vaardigheden; r. haalbaarheidsstudie; s. repetitoir, t. ten minste twee door de faculteitsraad aan te wijzen keuzevakken. 6. Het praktijkonderdeel wordt door de faculteitsraad vastgesteld; het praktijkonderdeel omvat in elk geval vakspecifieke projecten. Daarnaast wordt een stage gelopen van ongeveer vier maanden in het eerste semester van het derde studiejaar. 7. De afstudeeropdracht wordt uitgevoerd in het tweede semester van het vierde studiejaar. 8. Ten bewijze van het met goed gevolg afgelegd hebben van zowel het propedeutisch als het bachelorexamen wordt de student een getuigschrift uitgereikt, waarvan het model wordt vastgesteld door het college van curatoren. De vakken die het desbetreffende examen heeft omvat, worden vermeld op een aparte cijferlijst.
Artikel 3
1. Tot deelname aan een tentamen van het derde en het vierde
2
************************* AB 1993 no. 48 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
studiejaar wordt slechts toegelaten de student die de stage met goed gevolg heeft beëindigd en die heeft voldaan aan de eisen die door de faculteitsraad, onder goedkeuring van de universiteitsraad, voor het tweede studiejaar zijn gesteld met betrekking tot het praktijkonderdeel. 2. Tot de uitvoering van de afstudeeropdracht wordt slechts toegelaten de student die aan de daarvoor door de faculteitsraad, onder goedkeuring van de universiteitsraad, gestelde normen heeft voldaan.
Artikel 4
Tot het afleggen van het propedeutisch examen in de studierichtingen bedrijfseconomie en commerciële economie wordt toegelaten degene die in het bezit is van: a. een in Aruba, de Nederlandse Antillen, of Nederland verkregen getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd eindexamen hetzij aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (V.W.O.), hetzij in de afdeling A of de afdeling B van een Gymnasium, hetzij aan de hogereburgerschool A of de hogereburgerschool B; b. een in Aruba, de Nederlandse Antillen of Nederland verkregen getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd eindexamen aan een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs (H.A.V.O.), indien dit eindexamen ten minste twee van de vakken wiskunde, handelswetenschappen en economie omvatte; c. een in Aruba verkregen getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd examen in de afdeling A van een school voor middelbaar administratief onderwijs (M.A.O.-A), indien dit eindexamen ten minste de vakken Engels, Nederlands, bedrijfsadministratie en bedrijfseconomie omvatte of een met goed gevolg afgelegd examen Educacion Profesional Intermedio (E.P.I.) sector Economie, richtingen: administratie en commerciële dienstverlening op niveau 4; d. een in Nederland verkregen getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd eindexamen aan een school voor middelbaar economisch en administratief onderwijs (M.E.A.O.) dan wel een middelbare detailhandelsschool (M.D.S.), indien dit eindexamen ten minste één vreemde taal omvatte en twee van de vakken bedrijfseconomie, bedrijfsadministratie, algemene economie, commerciële economie en wiskunde. e. een in Aruba, de Nederlandse Antillen of Nederland verkregen getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd propaedeutisch examen aan een school voor hoger beroepsonderwijs (H.B.O.).
Artikel 5
Tot het afleggen van het eindexamen in de studierichtingen bedrijfseconomie en commerciële economie wordt toegelaten degene die in het bezit is van: a. een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd propaedeutisch examen als bedoeld in artikel 2, tweede lid; b. een in Nederland verkregen getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd propaedeutisch examen aan een school voor hoger economisch en administratief onderwijs (H.E.A.O.).
Artikel 6
1. Tot het afleggen van het propedeutisch respectievelijk het bachelorexamen wordt voorts toegelaten degene die in het bezit is van een in het buitenland verkregen getuigschrift van bekwaamheid tot het volgen van hoger onderwijs, mits dat getuigschrift naar het oordeel
3
************************* AB 1993 no. 48 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
van de minister, belast met onderwijs, het college van curatoren, na ingewonnen advies van de faculteitsraad, gehoord, overeenkomt met een van de in artikel 4 respectievelijk artikel 5 bedoelde getuigschriften. 2. Aan de toelating, bedoeld in het eerste lid, kan de voorwaarde worden verbonden dat ten genoegen van de faculteitsraad alsnog het bewijs wordt geleverd van voldoende kennis voor de studierichtingen bedrijfseconomie en commerciële economie in het vak of de vakken, waarin naar het oordeel van de minister, belast met onderwijs, bij het verkrijgen van het getuigschrift niet, of niet in voldoende mate, is geëxamineerd.
Artikel 7
1. Door verkrijging van de in artikel 1, derde lid, bedoelde hoedanigheid van bachelor in bedrijfseconomie wordt tot en met 31 december 2011 het recht verkregen tot het voeren van de titel Bachelor of Economics, afgekort tot B.ec achter de naam geplaatst. 2. Door verkrijging van de in artikel 1, derde lid, bedoelde hoedanigheid van bachelor in commerciële economie wordt tot en met 31 december 2011 het recht verkregen hetzij tot het voeren van de titel Bachelor of Economics, afgekort tot B.ec, achter de naam geplaatst, hetzij tot het voeren van de titel Bachelor of Commerce, afgekort tot BCom, achter de naam geplaatst. 3. Door verkrijging van de in artikel 1, derde lid, bedoelde hoedanigheid van bachelor in bedrijfseconomie wordt met ingang van 1 januari 2012 het recht verkregen tot het voeren van de titel Bachelor of Economics, afgekort tot BEc achter de naam geplaatst. 4. Door verkrijging van de in artikel 1, derde lid, bedoelde hoedanigheid van bachelor in commerciële economie wordt met ingang van 1 januari 2012 het recht verkregen tot het voeren van de titel Bachelor of Commerce, afgekort tot BCom achter de naam geplaatst.
Artikel 8
Artikel 7, eerste lid, van het Landsbesluit inschrijvings-, college- en examengeld Universiteit van Aruba (AB 1988 no. 102) komt te luiden: 1. Voor het afleggen van het kandidaats- en doctoraal examen in de studierichtingen van de faculteit der rechtsgeleerdheid alsmede van het propaedeutisch en eindexamen in de studierichtingen van de financieel-economische faculteit is de student een examengeld van Afl. 150,- verschuldigd.
Artikel 9
1. Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na die van zijn plaatsing in het Afkondigingsblad van Aruba. 2. Dit landsbesluit kan worden aangehaald als Landsbesluit oprichting, onderwijs en examens financieel-economische faculteit Universiteit van Aruba.
4

Landsbesluit inschrijvings-, college- en examengeld Universiteit van Aruba AB 1988 no. 102

*************************

AB 1988 no. 102 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ====================================================================
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 42 van de Landsverordening Universiteit van Aruba (AB 1988 no. 100)
Citeertitel: Landsbesluit inschrijvings-, college- en examengeld Universiteit van Aruba
Vindplaats : AB 1988 no. 102
Wijzigingen: AB 1993 no. 48; AB 1996 no. 16 (inwtr. 1996 no. 72); AB 2010 no. 59

DOWNLOAD PDF
====================================================================

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

Hoofdstuk I
Het inschrijvings- en collegegeld
Artikel 1
1. Voor de inschrijving aan de Universiteit is de student voor elk studiejaar een inschrijvingsgeld van Afl. 150,- verschuldigd. 2. Voor het bijwonen van het onderwijs aan de Universiteit bedraagt het collegegeld voor elk studiejaar: a. Afl. 850,- voor de student die: 1°. de Nederlandse nationaliteit bezit, of 2°. een buitenlandse nationaliteit bezit, maar kan aantonen dat hij vijf jaar of langer woonachtig is in Aruba. b. Afl. 10.500,- voor de student die niet aan een van de in onderdeel a genoemde voorwaarden voldoet. 3. Daarenboven kan voor het gebruik van onderwijsbenodigdheden, die aan de student vanwege de Universiteit worden verstrekt, betaling worden gevraagd volgens door het college van curatoren, de universiteitsraad gehoord, te stellen regelen.
Artikel 2
De betaling van het inschrijvings- en het collegegeld dient te geschieden door middel van storting van het voorgeschreven bedrag op een rekening van de Universiteit van Aruba.
Artikel 3
1. Van de betaling van het collegegeld zijn studenten, die voor het betrokken studiejaar in het genot zijn van een studietoelage, toegekend op grond van een internationale overeenkomst, die mede van toepassing is op Aruba, vrijgesteld. 2. In bijzondere gevallen kan de minister, belast met onderwijs, het college van curatoren gehoord, gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van de betaling van collegegeld.
Artikel 4
Indien voor twee of meer studenten uit hetzelfde gezin in hetzelfde studiejaar voor het bijwonen van onderwijs aan de Universiteit het collegegeld is verschuldigd, wordt dit voor de op één na de oudste student uit het gezin voor dat jaar verminderd tot Afl. 638,- en voor elk jonger gezinslid tot Afl. 425,-.
************************* AB 1988 no. 102 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Artikel 5
1. Indien de student wegens ziekte of wegens andere bijzondere omstandigheden, onafhankelijk van zijn wil, zulks ter beoordeling van het college van curatoren, de rector van de Universiteit gehoord, gedurende tenminste zes maanden van het studiejaar het onderwijs niet heeft kunnen bijwonen dan wel in de loop van het studiejaar is overleden, wordt voor elk van de maanden waarin hij het onderwijs niet heeft kunnen bijwonen, een tiende gedeelte van het collegegeld aan hem, respectievelijk zijn erfgenamen terugbetaald. 2. Indien de student wegens militaire dienstplicht het onderwijs gedurende meer dan drie maanden van het betrokken studiejaar niet heeft kunnen bijwonen, wordt hem voor elk van die maanden een tiende gedeelte van het collegegeld terugbetaald. 3. De terugbetaling op grond van de in de voorgaande leden bedoelde gevallen vindt, indien de belanghebbende of zijn erfgenamen terugbetaling verzoeken, behoudens in bijzondere gevallen ter beoordeling van de rector, plaats aan het einde van het studiejaar. 4. Bij de berekening van het terug te betalen bedrag blijven gedeelten van een maand, alsmede de maanden juli en augustus buiten beschouwing.
Artikel 6
Voor het bijwonen van het onderwijs aan de Universiteit van Aruba is de toehoorder boven het in artikel 1, eerste lid, bedoelde inschrijvingsgeld, voor elk collegeuur per week, dan wel voor elk uur praktische oefeningen per week, waartoe hij toegelaten wordt, per studiejaar, een collegegeld van Afl. 215,- verschuldigd, met dien verstande dat het collegegeld per studiejaar ten hoogste Afl. 850,- bedraagt.
Hoofdstuk II
Het examengeld
Artikel 7
1. Voor het afleggen van het propaedeutisch en doctoraalexamen in de studierichtingen van de faculteit der rechtsgeleerdheid alsmede van het propaedeutisch en eindexamen in de studierichtingen van de financieel-economische faculteit is de student een examengeld van Afl. 150,- verschuldigd. 2. Voor het afleggen van het bachelor- of het masterexamen, in studierichtingen van de faculteit Hospitality and Tourism Management Studies is de student een examengeld van Afl. 150,- verschuldigd. 3. Voor het afleggen van het bachelor- of het masterexamen, in studierichtingen van de faculteit Arts and Science is de student een examengeld van Afl. 150,- verschuldigd. 4. De betaling van het examengeld geschiedt op de in artikel 2 bepaalde wijze.
Artikel 8
Indien de student voor een der in artikel 7 genoemde examens is afgewezen, is hij voor de eerste herhaling geen examengeld verschuldigd.
2
************************* AB 1988 no. 102 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Artikel 9
Indien de student wegens ziekte of wegens andere bijzondere omstandigheden, zulks ter beoordeling van de rector, in het studiejaar, waarin het examengeld door hem is betaald, niet in de gelegenheid is geweest de examens als bedoeld in artikel 7 af te leggen, of indien de student in de loop van het studiejaar is overleden alvorens het examen af te leggen, wordt het examengeld aan het einde van het studiejaar aan hem, respectievelijk aan zijn erfgenamen terugbetaald.
Artikel 10
1. Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Landsverordening Universiteit van Aruba (AB 1988 no. 100). 2. Dit landsbesluit kan worden aangehaald als: Landsbesluit inschrijvings-, college- en examengeld Universiteit van Aruba.

Landsbesluit onderwijs en examens faculteit der rechtsgeleerdheid Universiteit van Aruba AB 1988 no. 101

*************************

AB 1988 no. 101 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ====================================================================
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van de artikelen 28, 30, en 37, eerste lid, van de Landsverordening Universiteit van Aruba (AB 1988 no. 100)
Citeertitel: Landsbesluit onderwijs en examens faculteit der rechtsgeleerdheid Universiteit van Aruba
Vindplaats : AB 1988 no. 101
Wijzigingen: AB 1996 no. 16 (inwtr. 1996 no. 72); AB 2002 92*

DOWNLOAD PDF
====================================================================

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

Artikel 1
1. De faculteit der rechtsgeleerdheid omvat de studierichting Arubaans recht. 2. Door het met goed gevolg afgelegd hebben van het doctoraalexamen Arubaans recht wordt de hoedanigheid van meester in de rechten verkregen.
Artikel 2
1. In de studierichting Arubaans recht wordt onderwijs gegeven in de volgende vakken: a. inleiding tot de rechtswetenschappen; b. juridische vaardigheden; c. inleiding in het Arubaans privaatrecht; d. inleiding in het Arubaans staatsrecht; e. inleiding in het Arubaans strafrecht; f. historische ontwikkeling van het recht, bezien in het licht van rechtsstelsels, waaruit het Arubaans recht zich heeft gevormd; g. Arubaans burgerlijk recht en internationaal privaatrecht; h. Arubaans handelsrecht; i. Arubaans burgerlijk procesrecht; j. Arubaans staatsrecht; k. Arubaans bestuursrecht; l. Arubaans strafrecht; m. Arubaans strafprocesrecht; n. Arubaans belastingrecht; o. Arubaans arbeidsrecht; p. internationaal publiekrecht; q. economie; r. sociologie. 2. Bovendien wordt onderwijs gegeven in andere vakken, welke, op voorstel van de faculteitsraad, aangewezen worden door het college van curatoren.
Artikel 3
1. De studierichting Arubaans recht bestaat uit een propaedeutische en een doctorale fase, afgesloten door een propaedeutisch respectievelijk een doctoraal examen. 2. Het propaedeutisch examen Arubaans recht omvat de vakken, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met f, alsmede het maken van een werkstuk. De maximale studieduur voor het behalen van
* Deze wijziging treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip
************************* AB 1988 no. 101 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
het propaedeutisch examen bedraagt twee jaar. 3. Het doctoraal examen Arubaans recht omvat de vakken genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel g tot en met r, alsmede ter keuze van de student ten minste vier van de vakken, bedoeld in artikel 2, tweede lid, het maken van twee scripties, alsmede het doorlopen van een stage, het verrichten van een onderzoeksopdracht of een vijfde keuzevak als bedoeld in artikel 2, tweede lid. 4. De maximale studieduur voor het behalen van het doctoraal examen bedraagt vijf jaar. 5. Hij, die het doctoraal examen Arubaans recht met goed gevolg heeft afgelegd, kan op zijn verzoek, onder goedkeuring van de faculteitsraad, later alsnog worden geëxamineerd in een of meer vakken, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
Artikel 4
1. Hij, die een der examens, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, aflegt, kan op zijn verzoek door de faculteitsraad geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van het afleggen van een examen in één of meer vakken op grond van een eerder door hem verkregen getuigschrift. 2. Onder het met goed gevolg afgelegd hebben van een examen of van een of meer onderdelen daarvan wordt mede verstaan het krachtens dit landsbesluit vrijgesteld zijn van het afleggen daarvan.
Artikel 5
1. Ten bewijze dat een van de examens, bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, met goed gevolg is afgelegd, wordt een getuigschrift uitgereikt, waarvan het model wordt vastgesteld door het college van curatoren. 2. Op de keerzijde van het getuigschrift worden vermeld de vakken, die het desbetreffende examen heeft omvat. 3. Indien een examen, bedoeld in artikel 3, vierde lid, met goed gevolg is afgelegd, wordt ten bewijze daarvan een afzonderlijk getuigschrift verstrekt, waarvan het model door het college van curatoren wordt vastgelegd.
Artikel 6
1. Tot het afleggen van het propaedeutisch examen in de studierichting Arubaans recht wordt toegelaten hij, die in het bezit is van: a. een in Aruba, in de Nederlandse Antillen of in Nederland verkregen getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd eindexamen, hetzij in een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (V.W.O.), hetzij in de afdeling A of de afdeling B van een Gymnasium, hetzij aan de hogereburgerschool A of de hogereburgerschool B, dan wel van een met één der hierboven bedoelde getuigschriften overeenkomend getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd landsexamen, dan wel staatsexamen; b. een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd praktizijnsexamen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de met ingang van 15 januari 1960 vervallen verklaarde Rechtsbijstandsverordening van de Nederlandse Antillen; c. een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd examen, als bedoeld in artikel 54, derde lid, van de Advocatenverordening. 2. Tot het afleggen van het doctoraalexamen in de studierichting Arubaans recht wordt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 en
2
************************* AB 1988 no. 101 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
8, toegelaten hij, die in het bezit is van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd propaedeutisch examen Arubaans recht.
Artikel 7
1. Tot het afleggen van examens wordt toegelaten hij, die in het bezit is van een in het buitenland verkregen getuigschrift van bekwaamheid tot het volgen van wetenschappelijk onderwijs, mits dat getuigschrift naar het oordeel van de minister van Welzijnszaken, het college van curatoren, na ingewonnen advies van de faculteitsraad, gehoord, overeenkomst met een der in artikel 6, bedoelde getuigschriften. 2. Aan een toelating, als bedoeld in het eerste lid, kan de voorwaarde worden verbonden dat, ten genoegen van de faculteitsraad, alsnog het bewijs wordt geleverd van voldoende kennis voor de studie in de rechtsgeleerdheid in het vak of de vakken, waarin naar het oordeel van de minister van Welzijnszaken bij het verkrijgen van het getuigschrift niet, of niet in voldoende mater, is geëxamineerd.
Artikel 8
Tot het afleggen van examens wordt toegelaten hij, die in het bezit is van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd examen aan een buitenlandse universiteit, mits naar het oordeel van de minister van Welzijnszaken, het college van curatoren, na ingewonnen advies van de faculteitsraad, gehoord, dat getuigschrift voldoende garantie biedt dat de examens met goed gevolg kunnen worden afgelegd.
Artikel 9
1. Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag van inwerkingtreding van de Landsverordening Universiteit van Aruba (AB 1988 no. 100). 2. Dit landsbesluit kan worden aangehaald als Landsbesluit onderwijs en examens faculteit der rechtsgeleerdheid Universiteit van Aruba.