Landsbesluit dagscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. AB 1999 no. 62

*************************

AB 1999 no. 62 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ====================================================================
Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van de artikelen 11, eerste lid, 21, eerste en tweede lid, en 29 van de Landsverordening voortgezet onderwijs (AB 1989 no. GT 103)
Citeertitel: Landsbesluit dagscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o.
Vindplaats : AB 1999 no. 62
Wijzigingen: Geen

DOWNLOAD PDF
====================================================================

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
Artikel 1
Dit landsbesluit en de daarop berustende regelingen verstaan onder: Minister : de minister, belast met de zorg voor het onderwijs; openbare school : een door het Land in stand gehouden school; bijzondere school : een door een natuurlijke persoon of door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand gehouden school; bevoegd gezag : wat betreft: a. een openbare school : de Minister; b. een bijzondere school : het schoolbestuur; Inspecteur : de inspecteur voor het onderwijs, belast met het toezicht op de school; v.w.o. : voorbereidend wetenschappelijk onderwijs; h.a.v.o : hoger algemeen voortgezet onderwijs; m.a.v.o. : middelbaar algemeen voortgezet onderwijs; E-afdeling : driejarige cursus aan een school voor h.a.v.o., inhoudende de leerstof van het vierde en vijfde leerjaar van het h.a.v.o.; school : een dagschool voor v.w.o., een dagschool voor h.a.v.o. of een dagschool voor m.a.v.o.; klas : een aantal leerlingen dat binnen een bepaald leerjaar gelijktijdig overwegend hetzelfde onderwijs ontvangt; groep : een aantal leerlingen, afkomstig uit een of meer klassen, die in een of meer vakken gelijktijdig onderwijs ontvangen; ouders : ouders, voogden of verzorgers van een minderjarige leerling.
HOOFDSTUK II
Toelating tot de school
§ 1 Toelating in het algemeen
Artikel 2
1. Het bevoegd gezag beslist over de toelating van leerlingen. 2. Het bevoegd gezag kan een toelatingscommissie instellen, die
************************* AB 1999 no. 62 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
de in het eerste lid bedoelde beslissingsbevoegdheid in naam van het bevoegd gezag kan uitoefenen. Het bevoegd gezag legt de bevoegdheden, de omvang en de samenstelling van de toelatingscommissie schriftelijk vast. 3. Een beslissing tot weigering van de toelating als leerling wordt schriftelijk en met opgave van redenen aan de ouders of aan de meerderjarige leerling meegedeeld. 4. Binnen 14 dagen na de datum van verzending van de in het derde lid bedoelde mededeling, kunnen de ouders of kan de meerderjarige leerling het bevoegd gezag schriftelijk om herziening van de beslissing verzoeken. 5. Het bevoegd gezag neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 14 dagen na ontvangst van het verzoek, na overleg met de Inspecteur en desgewenst andere deskundigen, een beslissing op het verzoek om herziening. Alvorens deze beslissing te nemen, worden de leerling en de ouders gehoord.
Artikel 3
Een leerling, komende van een gelijksoortige school, wordt bij toelating geplaatst in het leerjaar waarin hij op de school waar hij vandaan komt, onderwijs zou hebben mogen volgen.
§ 2 Toelating tot het eerste leerjaar
Artikel 4
1. Tot het eerste leerjaar van een school kan als leerling slechts worden toegelaten degene die het zesde leerjaar van een school voor basisonderwijs met goed gevolg heeft doorlopen. 2. Bij de beslissing over de toelating betrekt het bevoegd gezag in ieder geval het rapport dat ingevolge artikel 20 van de Landsverordening basisonderwijs (AB 1989 no. GT 75) is opgesteld. 3. In bijzondere gevallen kan, na overleg met de Inspecteur, worden afgeweken van het eerste lid. 4. Het bevoegd gezag stelt het hoofd van de school voor basisonderwijs zo spoedig mogelijk in kennis van de beslissing omtrent toelating van de leerlingen van diens school.
Artikel 5
1. De beslissing over de toelating van een leerling tot het eerste leerjaar van een school kan mede gebaseerd worden op het resultaat van een onderzoek naar diens geschiktheid voor het volgen van het onderwijs aan de school waarvoor de toelating wordt gevraagd. Het onderzoek kan bestaan of mede bestaan uit een psychologisch onderzoek. 2. De wijze waarop het onderzoek plaatsvindt, wordt vastgesteld door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat het onderzoek op verantwoorde wijze wordt uitgevoerd. 3. Een onderzoek vindt niet plaats zonder toestemming van de ouders. 4. De resultaten van het onderzoek worden bekend gemaakt aan de ouders of aan de meerderjarige leerling.
Artikel 6
1. Jaarlijks voor 1 oktober deelt het bevoegd gezag aan de rector of directeur van een school mede of, en op welke wijze het onderzoek,
2
************************* AB 1999 no. 62 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
bedoeld in artikel 5, eerste lid, zal plaatsvinden. 2. Binnen zes maanden na het toelatingsonderzoek zendt het bevoegd gezag een verslag over het onderzoek aan de Inspecteur.
Artikel 7
1. In afwijking van artikel 4 kan het bevoegd gezag tot het eerste leerjaar van een school voor h.a.v.o. toelaten: a. de leerling die tot het eerste leerjaar van een school voor v.w.o. is toegelaten; b. de leerling die het eerste leerjaar van een school voor m.a.v.o. geheel of gedeeltelijk heeft doorlopen, indien de studieresultaten daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding geven. 2. In afwijking van artikel 4 kan het bevoegd gezag tot het eerste leerjaar van een school voor m.a.v.o. toelaten: a. de leerling die tot het eerste leerjaar van een school voor v.w.o. of h.a.v.o. is toegelaten; b. de leerling die het eerste leerjaar van een school voor lager beroepsonderwijs geheel of gedeeltelijk heeft doorlopen, indien diens studieresultaten daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding geven.
§ 3. Toelating tot hogere leerjaren
Artikel 8
1. Tenzij artikel 3 van toepassing is, wordt een leerling niet toegelaten tot een hoger leerjaar dan het eerste, voordat op basis van een door het bevoegd gezag ingesteld onderzoek de gerede verwachting bestaat dat hij het onderwijs in het leerjaar waarvoor hij toelating vraagt, met voldoende resultaat zal kunnen volgen. 2. Op het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, is artikel 5 van toepassing.
Artikel 9
1. Bij de beslissing omtrent de toelating van een leerling tot het vierde leerjaar van een school voor h.a.v.o. of tot de E-afdeling kan het onderzoek, bedoeld in artikel 8, eerste lid, achterwege blijven, indien de leerling in het bezit is van het diploma m.a.v.o. of een ander, bij regeling van de Minister aangewezen diploma. 2. Bij de beslissing omtrent de toelating van een leerling tot het vijfde leerjaar van een school voor v.w.o. kan het onderzoek, bedoeld in artikel 8, eerste lid, achterwege blijven, indien de leerling in het bezit is van het diploma h.a.v.o. of een ander, bij regeling van de Minister aangewezen diploma.
HOOFDSTUK III
Bevordering en verwijdering
Artikel 10
1. De beslissing over de bevordering van een leerling wordt door de leraren die hem les geven, gezamenlijk genomen, aan de hand van vooraf schriftelijk vastgelegde bevorderingsnormen. 2. De beslissing wordt schriftelijk bekend gemaakt.
3
************************* AB 1999 no. 62 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
3. Bevordering geschiedt voorwaardelijk of onvoorwaardelijk. 4. Bevordering tot het tweede en het hoogste leerjaar geschiedt slechts onvoorwaardelijk.
Artikel 11
1. De rector of directeur van een school kan beslissen een leerling schriftelijk en met opgave van redenen voor een periode van ten hoogste drie dagen te schorsen. 2. De rector of directeur stelt de leerling en de ouders, het bevoegd gezag en de Inspecteur schriftelijk en met opgave van redenen in kennis van zijn beslissing.
Artikel 12
1. Het bevoegd gezag kan beslissen een leerling definitief van school te verwijderen, nadat de leerling en de ouders daarover zijn gehoord, en na overleg met de Inspecteur. 2. Verwijdering op grond van onvoldoende resultaten geschiedt niet gedurende het leerjaar. 3. De beslissing wordt schriftelijk en met opgave van redenen aan betrokkene en, indien hij minderjarig is, aan zijn ouders medegedeeld. De Inspecteur ontvangt een afschrift van de beslissing.
Artikel 13
1. Indien de beslissing, bedoeld in artikel 12, eerste lid, een verwijdering van een bijzondere school betreft, kan betrokkene of, indien hij minderjarig is, kunnen zijn ouders binnen 14 dagen na de datum van verzending van de mededeling het bevoegd gezag schriftelijk om herziening van de beslissing verzoeken. 2. Het bevoegd gezag neemt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 14 dagen na ontvangst van het verzoek, na overleg met de Inspecteur en desgewenst andere deskundigen, een beslissing. Alvorens de beslissing op het verzoek tot herziening te nemen, wordt betrokkene of, indien hij minderjarig is, worden de ouders gehoord.
HOOFDSTUK IV
Inrichting van het onderwijs
§1. Algemene bepalingen
Artikel 14
1. Een les duurt 45 minuten. 2. Het lesrooster telt voor alle leerlingen elk leerjaar minimaal 25 lessen per week, inclusief de studielessen. 3. Een leerling volgt per week ten hoogste 40 lessen, inclusief de studielessen.
§ 2. Lessentabel voor het v.w.o.
Artikel 15
1. De leerlingen van een school voor v.w.o. volgen gedurende een of meerdere jaren van de opleiding in ieder geval lessen in de vakken, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Landsverordening voortgezet
4
************************* AB 1999 no. 62 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
onderwijs (AB 1989 no. GT 103), en in Informatiekunde. 2. Gedurende het vierde, vijfde en zesde leerjaar van de opleiding volgen de leerlingen lessen in respectievelijk ten minste acht, zeven en zes van de eindexamenvakken, bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van het Landsbesluit eindexamens dagscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. (AB 1991 no. GT 35). 3. Het bevoegd gezag beslist over het aantal lessen dat wekelijks per vak gevolgd wordt, met inachtneming van de artikelen 14 en 19 en met dien verstande dat per te volgen vak per week per leerjaar ten minste het aantal lessen gevolgd wordt, dat in de onderstaande tabel is aangegeven:
Vakken per week per leerjaar 1 2 3 4 5 6 Nederlandse taal en letterkunde 5 4 4 4 4 3 Spaanse taal en letterkunde 3 3 3 3 3 4 Engelse taal en letterkunde 3 3 3 3 3 3 Franse of Duitse taal en letter- – 4 4 3 3 3 kunde Geschiedenis en staatsinrichting 2 2 2 2 3 4 Aardrijkskunde 2 2 2 2 3 4 Wiskunde 4 4 4 4 – – Wiskunde A – – – – 4 5 Wiskunde B – – – – 4 5 Biologie 2 2 – 2 3 5 Natuurkunde – 2 3 3 4 5 Scheikunde – – 2 3 3 4 Informatiekunde 2 2 2 2 3 3 Economie I – – – – 4 4 Economie II – – – 4 3 5 Maatschappijleer – – – – 2 – Studieles 3 – – – – –
§ 3 Lessentabel voor het h.a.v.o.
Artikel 16
1. De leerlingen van een school voor h.a.v.o., uitgezonderd de E-afdeling, volgen gedurende een of meerdere jaren van de opleiding in ieder geval lessen in de vakken, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Landsverordening voortgezet onderwijs (AB 1989 no. GT 103), en in Informatiekunde. 2. De leerlingen volgen in het vierde en vijfde leerjaar van de opleiding lessen in ten minste zes van de eindexamenvakken, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van het Landsbesluit eindexamens dagscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. (AB 1991 no. GT 35). 3. Het bevoegd gezag beslist over het aantal lessen dat wekelijks per vak gevolgd wordt, met inachtneming van de artikelen 14 en 19 en met dien verstande dat per te volgen vak per week per leerjaar ten minste het aantal lessen gevolgd wordt, dat in de onderstaande tabel is aangegeven:
5
************************* AB 1999 no. 62 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Vakken per week per leerjaar 1 2 3 4 Nederlandse taal en letterkunde 5 4 4 5 5 Spaanse taal en letterkunde 3 3 3 4 4 Engelse taal en letterkunde 3 3 3 4 4 Franse of Duitse taal en letterkunde – 4 4 4 4 Geschiedenis en staatsinrichting 2 2 2 4 4 Aardrijkskunde 2 2 2 4 4 Wiskunde 4 4 4 – – Wiskunde A – – – 5 5 Wiskunde B – – – 5 5 Biologie 2 2 – 4 4 Natuurkunde – 2 3 5 5 Scheikunde – – 2 5 6 Informatiekunde 2 2 2 3 3 Economie – – – 4 4 Handelswetenschappen en recht – – – 6 6 Maatschappijleer – – – 2 – Studieles 3 – – – –
Artikel 17
1. De leerlingen aan de E-afdeling van een school voor h.a.v.o. volgen gedurende de driejarige opleiding lessen in ten minste zes van de eindexamenvakken, bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van het Landsbesluit eindexamens dagscholen v.w.o., h.a.v.o, m.a.v.o. (AB 1991 no. GT 35) en in Informatiekunde. 2. Het bevoegd gezag beslist over het aantal lessen dat wekelijks per vak gevolgd wordt, met inachtneming van de artikelen 14 en 19 en met dien verstande dat per te volgen vak per week per leerjaar ten minste het aantal lessen gevolgd wordt, dat in de onderstaande tabel is aangegeven:
Vakken per week per leerjaar 1 2 3 Nederlandse taal letterkunde 5 4 5 Spaanse taal en letterkunde 3 3 3 Engelse taal en letterkunde 3 3 3 Geschiedenis en staatsinrichting 3 3 3 Aardrijkskunde 3 3 3 Wiskunde A 4 4 4 Wiskunde B 4 4 4 Biologie 2 2 2 Natuurkunde 4 4 4 Scheikunde 4 4 4 Informatiekunde 2 2 2 Economie 3 3 3 Handelswetenschappen en recht 3 5 5 Maatschappijleer 1 1 – Studieles 1 – –
§ 4 Lessentabel voor het m.a.v.o.
Artikel 18
1. De leerlingen van een school voor m.a.v.o. volgen gedurende een of meerdere jaren van de opleiding in ieder geval lessen in de
6
************************* AB 1999 no. 62 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
vakken, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Landsverordening voortgezet onderwijs (AB 1989 no. GT 103), en in Informatiekunde. 2. De leerlingen van het vierde leerjaar volgen lessen in ten minste zes van de eindexamenvakken, bedoeld in artikel 4, onderdeel c, van het Landsbesluit eindexamens dagscholen v.w.o., h.a.v.o, m.a.v.o. (AB 1991 no. GT 35). 3. Het bevoegd gezag beslist over het aantal lessen dat wekelijks per vak gevolgd wordt, met inachtneming van de artikelen 14 en 19 en met dien verstande dat per te volgen vak ten minste het aantal lessen gevolgd wordt, dat in de onderstaande tabel is aangegeven:
Vakken per week per leerjaar 1 2 3 4 Nederlandse taal 5 4 4 5 Spaanse taal 3 4 4 4 Engelse taal 3 4 4 4 Geschiedenis en staatsinrichting 2 2 2 4 Aardrijkskunde 2 2 2 5 Wiskunde 4 4 3 6 Biologie 2 2 2 4 Natuurkunde – 2 2 5 Scheikunde – – 2 4 Informatiekunde 2 2 2 4 Handelswetenschappen en recht – 3 3 6 Maatschappijleer – – 1 1 Studieles 1 – – –
§ 5 Lichamelijke opvoeding, expressievakken en keuzevakken
Artikel 19
1. Naast de lessen, bedoeld in de artikelen 15 tot en met 18, volgen de leerlingen gedurende elk leerjaar van de opleiding wekelijks ten minste twee lessen in het vak Lichamelijke opvoeding en ten minste twee lessen in expressievakken. 2. De leerlingen van een bijzondere school kunnen naast de lessen, bedoeld in de artikelen 15 tot en met 18, gedurende elk leerjaar van de opleiding wekelijks één les volgen in het vak Godsdienst.
Artikel 20
Naast de lessen in de vakken, bedoeld in de artikelen 15 tot en met 19, kunnen de leerlingen van een school lessen volgen in keuzevakken, mits deze lessen door de school worden aangeboden.
HOOFDSTUK V
Splitsing en samenvoeging van klassen en vorming van groepen
Artikel 21
1. Het bevoegd gezag kan klassen splitsen en samenvoegen en groepen vormen, mits het totale aantal leraarlessen niet groter wordt dan de uitkomst van de formule 32n + a + p + g, en het quotiënt van het totale aantal leerlinglessen en het totale aantal leraarlessen ten minste 18 bedraagt. Onder het totale aantal leerlinglessen wordt
7
************************* AB 1999 no. 62 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
verstaan de som van de aantallen lessen en studielessen, die iedere leerling volgens het lesrooster wekelijks volgt. Onder het totale aantal leraarlessen wordt verstaan de som van de aantallen lessen en studielessen, die iedere leraar volgens het lesrooster wekelijks geeft. 2. In de formule 32n + a + p + g stellen voor: n: het aantal klassen van de school, te berekenen op de wijze zoals in artikel 22 aangegeven; a: het tweevoud van het aantal klassen van het eerste leerjaar, berekend volgens artikel 22; p: voor een school voor v.w.o. : 32 voor een school voor h.a.v.o., uitgezonderd de E-afdeling : 24 voor de E-afdeling : 36 voor een school voor m.a.v.o. : 16; g: het aantal klassen of groepen van een school waaraan godsdienstonderwijs wordt gegeven. 3. De Minister kan in bijzondere gevallen de waarde van p op een lager getal vaststellen.
Artikel 22
1. Het aantal klassen van een school wordt voor de bepaling van de waarde van n berekend door de som te bepalen van de naar boven op gehele getallen afgeronde quotiënten die worden verkregen door het leerlingenaantal van elk leerjaar van die school te delen door 30. Als leerlingenaantal geldt het gemiddelde van het aantal leerlingen dat op 1 augustus en op 1 juni daaraanvoorafgaand was ingeschreven bij de school. 2. Indien de afmetingen van de lokalen in het gebouw waarin de school is gehuisvest het naar de mening van de Minister noodzakelijk maken meer klassen of groepen te vormen dan op grond van het eerste lid zouden worden gevormd, verhoogt de Minister het aantal leraarlessen dat is berekend met een door hem te bepalen aantal. In dat geval bepaalt de Minister tevens boven welk getal het quotiënt van het totale aantal leerlinglessen en het totale aantal leraarlessen moet liggen. 3. Geen klas of groep telt meer dan 30 leerlingen.
Artikel 23
1. Indien het quotiënt van het totale aantal leerlinglessen en het totale aantal leraarlessen groter is dan 24, worden boven de uitkomst van de formule van artikel 21, eerste lid, zoveel leraarlessen ter beschikking gesteld, dat het quotiënt de waarde krijgt van 24. 2. Het eerste lid blijft buiten toepassing, zolang de school niet alle leerjaren omvat.
Artikel 24
Indien een school voor v.w.o. en een school voor h.a.v.o. als één school samenwerken, worden deze voor de toepassing van de artikelen 21 tot en met 23 aangemerkt als één school, met dien verstande dat: a. de leerjaren die deze scholen niet gemeenschappelijk hebben, voor de berekening van het aantal klassen worden aangemerkt als leerjaren van zelfstandige scholen; b. indien twee of meer van deze scholen behalve eerste leerjaren ook tweede of derde leerjaren gemeenschappelijk hebben, de waarde van a wordt vermeerderd met het getal dat gelijk is aan tweemaal het aantal
8
************************* AB 1999 no. 62 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
klassen van de gemeenschappelijke tweede of derde leerjaren; c. de waarde van p gesteld wordt op de som van de getallen, in artikel 21, tweede lid, als p gesteld voor ieder van de desbetreffende scholen.
HOOFDSTUK VI
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 25
Totdat met ingang van 1 augustus 2002 het vak Informatiekunde op iedere school in alle leerjaren zal zijn ingevoerd, gelden de in de artikelen 15 tot en met 18 voor dat vak aangegeven aantallen lesuren: a. tot 1 augustus 2000 voor het eerste tot en met het derde leerjaar; b. met ingang van 1 augustus 2000 voor het eerste tot en met het vierde leerjaar; c. voor zover van toepassing, met ingang van 1 augustus 2001 voor het eerste tot en met het vijfde leerjaar.
Artikel 26
1. Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na die van zijn plaatsing en werkt terug tot en met 1 augustus 1999. 2. Dit landsbesluit kan worden aangehaald als Landsbesluit dagscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o.