Landsbesluit lager technisch onderwijs AB 1989 no. GT 81

*************************

AB 1989 no. GT 81 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ====================================================================
Intitulé : Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van de artikelen 21, derde lid, en 29 van de Landsverordening voortgezet onderwijs
Citeertitel: Landsbesluit lager technisch onderwijs
Vindplaats : AB 1989 no. GT 81
Wijzigingen: Geen

DOWNLOAD PDF
====================================================================

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
Artikel 1
Dit landsbesluit verstaat onder: Minister : de minister van Welzijnszaken; inspecteur : de inspecteur van het nijverheidsonderwijs, belast met het toezicht op de school; het bevoegd gezag : voor wat betreft: a. een openbare school: de Minister; b. een bijzondere school: het schoolbestuur; school : een dagschool voor lager technisch onderwijs; direkteur : de direkteur van een school; afdeling : één van de aan de school verbonden studierichtingen; klas : een aantal leerlingen, dat binnen een bepaald leerjaar gelijktijdig overwegend hetzelfde onderwijs ontvangt; groep : een aantal leerlingen, afkomstig uit een of meer klassen, dat in een of meer vakken gelijktijdig onderwijs ontvangt.
HOOFDSTUK II
Toelating, bevordering en verwijdering
Artikel 2
Tot het gemeenschappelijke eerste leerjaar van een school kan als leerling slechts worden toegelaten: hij die a. het laatste leerjaar van een school voor basisonderwijs met goed gevolg heeft doorlopen, of b. afkomstig is van het speciaal onderwijs, na overleg tussen het desbetreffende hoofd van de school en de direkteur van de toelatende school, of c. het voorbereidend jaar van een school voor lager technisch onderwijs met goed gevolg heeft doorlopen. De toelating kan niet voorwaardelijk geschieden.
Artikel 3
Tot het voorbereidend jaar kan als leerling worden toegelaten: hij die a. het voorlaatste leerjaar van een school voor basisonderwijs heeft doorlopen en de leeftijd van 13 jaren heeft bereikt, of
************************* AB 1989 no. GT 81 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
b. afkomstig is van het speciaal onderwijs, na overleg tussen desbetreffende hoofd van de school en de direkteur van de toelatende school. De toelating kan niet voorwaardelijk geschieden.
Artikel 4
Een leerling komende van een gelijksoortige school, wordt bij toelating geplaatst in het leerjaar waarin hij op die school het onderwijs had mogen volgen.
Artikel 5
1. Een leerling, komende van een andere soort school voor voortgezet onderwijs, waarin hij het eerste leerjaar met goed gevolg heeft doorlopen, wordt bij toelating geplaatst in het tweede leerjaar. 2. Een leerling, komende van een andere soort school voor voortgezet onderwijs waarin hij het tweede leerjaar of de volgende leerjaren met goed gevolg heeft doorlopen, kan tot een hoger leerjaar worden toegelaten, indien uit een toelatingsonderzoek is gebleken dat hij het onderwijs in dat leerjaar naar verwachting met voldoende resultaat zal kunnen volgen.
Artikel 6
1. Een leerling, die het diploma van de A-stroom heeft behaald, wordt bij toelating ten minste geplaatst in het derde leerjaar van de T-stroom. 2. Een leerling, die het diploma van de P-stroom heeft behaald, wordt bij toelating ten minste geplaatst in het tweede leerjaar van de A-stroom.
Artikel 7
Voorwaardelijke bevordering wordt uitdrukkelijk op het overgangsrapport vermeld. Bovendien wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan ouders, voogden of verzorgers, waarbij tevens worden vermeld de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om te kunnen worden bevorderd, alsmede het tijdstip waarop definitief omtrent de bevordering zal worden beslist. Dit tijdstip ligt tussen 1 oktober en 1 januari.
Artikel 8
1. Het bevoegd gezag kan onder opgaaf van redenen overgaan tot definitieve verwijdering van een leerling, doch voor zover het betreft een minderjarige leerling niet dan nadat zijn ouders, voogden of verzorgers in de gelegenheid zijn gesteld hierover te worden gehoord. Een leerling wordt op grond van onvoldoende vorderingen niet in de loop van een schooljaar verwijderd. 2. Definitieve verwijdering geschiedt slechts na overleg met de inspecteur. 3. Het bevoegd gezag stelt de inspecteur van een definitieve verwijdering schriftelijk en met opgaaf van redenen in kennis. 4. De direkteur kan overgaan tot tijdelijke verwijdering van een leerling voor ten hoogste drie dagen.
2
************************* AB 1989 no. GT 81 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
HOOFDSTUK III
Inrichting van het onderwijs
Artikel 9
1. Aan een school zijn drie differentiaties verbonden, namelijk: – een T-stroom (overwegend theoretisch gericht onderwijs); – een A-stroom; – een P-stroom (overwegend praktisch gericht onderwijs). 2. In bijzondere gevallen kan de Minister afwijken van het bepaalde in het vorige lid. 3. Het eerste leerjaar is gemeenschappelijk. 4. De Minister kan, in overleg met de inspecteur en voorzover het betreft een bijzondere school het schoolbestuur gehoord, bepalen dat een voorbereidend jaar aan een school wordt verbonden.
Artikel 10
– De cursusduur van de T-stroom bedraagt, inclusief het gemeenschappelijke eerste leerjaar, vier jaren; – De cursusduur van de A-stroom en de P-stroom bedraagt, inclusief het gemeenschappelijke eerste leerjaar, drie jaren; – De cursusduur van het voorbereidend jaar bedraagt één jaar.
Artikel 11
1. Aan een school kunnen de volgende afdelingen verbonden zijn: metaalbewerken; fijnmetaalbewerken; elektrotechniek; houtbewerken; motorvoertuigentechniek; installatie en koeltechniek; schilderen; metselen. 2. Door toepassing van artikel 28 van de Landsverordening voortgezet onderwijs kan een wijziging van het in het eerste lid gestelde voorbereid worden.
Artikel 12
De duur van de lessen en van de studielessen is 45 minuten.
Artikel 13
Het bevoegd gezag vormt in een school klassen, splitst en voegt deze samen (en vormt groepen) volgens regels opgenomen in de artikelen 14 tot en met 20.
Artikel 14
Deelt men het totaal aantal leerlinglessen door het aantal leraarlessen dan mag de uitkomst a. voor scholen met een gemeenschappelijk eerste leerjaar en de differentiaties T- en A-stroom niet kleiner zijn dan 18; b. voor scholen met een voorbereidend jaar en de differentiatie P-
3
************************* AB 1989 no. GT 81 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
stroom niet kleiner zijn dan 15.
Artikel 15
1. Een klas van een gemeenschappelijk eerste leerjaar mag niet groter zijn dan 24 leerlingen; een klas van de differentiaties A- en T-stroom mag niet groter zijn dan 26 leerlingen; een klas van de differentiatie P-stroom mag niet groter zijn dan 22 leerlingen; en een klas van het voorbereidend jaar mag niet groter zijn dan 20 leerlingen. 2. De Minister kan, de inspecteur gehoord, van het bepaalde in het eerste lid afwijken.
Artikel 16
Het aantal leerlingen dat per klas gezamenlijk van een leraar onderwijs ontvangt, mag niet kleiner zijn dan 10, tenzij de Minister, de inspecteur gehoord, voor met name te noemen klassen en vakken een afwijking toestaat. Deze afwijking kan slechts voor de periode van een schooljaar worden gegeven, welke periode jaarlijks kan worden verlengd.
Artikel 17
In scholen met de differentiaties T- en A-stroom mag het aantal klassen in elk leerjaar van een afdeling niet groter zijn dan het aantal leerlingen in dat leerjaar van de afdeling, gedeeld door 25, waarbij een gebroken getal naar boven wordt afgerond tot een geheel getal.
Artikel 18
In scholen met een voorbereidend jaar, een gemeenschappelijk eerste leerjaar en de differentiatie P-stroom mag het aantal klassen per leerjaar niet groter zijn dan het aantal leerlingen in dat leerjaar gedeeld door 19, waarbij een gebroken getal naar boven wordt afgerond tot een geheel getal.
Artikel 19
De Minister kan in bijzondere gevallen met het oog op de veiligheid afwijken van het bepaalde in de artikelen 14 tot en met 18. De inspecteur wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld.
Artikel 20
Voor elk vak is het toegestaan groepen te vormen, met dien verstande, dat: a. bij lessen in de vakken machinale houtbewerking en lassen de groep niet groter wordt dan 10; b. bij lessen in de vakken metingen (elektrotechniek) en natuurkundepraktikum de groep niet groter wordt dan 12.
Artikel 21
Onder keuzevak wordt in de artikelen 22 tot en met 26 verstaan: een vak dat in deze artikelen voorkomt. Van het bepaalde in de vorige volzin kan door het bevoegd gezag worden afgeweken in overleg met de inspecteur na goedkeuring van de Minister.
4
************************* AB 1989 no. GT 81 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Artikel 22
1. In het voorbereidend jaar van de school volgen de leerlingen in elk van de vakken of in de groepen van vakken, vermeld in de hierna volgende tabel, wekelijks ten minste het daarbij aangegeven aantal lessen en studielessen: Papiamentse taal 1 Nederlandse taal 2 Een moderne taal (Engels of Spaans) 1 Maatschappijleer 1 Lichamelijke oefening 2 Rekenen/Wiskunde 2 Natuurkunde 1 Vaktekenen 1 Vaktheorie 1 Materialen en gereedschappen 1 Praktijkvakken 12 Keuzevakken (waarbij tenminste een studieles verplicht is) 11 ____ 36 2. De praktijkvakkenlessen kunnen vakken van verschillende afdelingen omvatten.
Artikel 23
1. In het gemeenschappelijke eerste leerjaar van de school volgen de leerlingen in elk van de vakken of in de groepen van vakken, vermeld in de hierna volgende tabel, wekelijks ten minste het daarbij aangegeven aantal lessen en studielessen: Papiamentse taal 1 Nederlandse taal 3 Engelse taal 1 Spaanse taal 1 Maatschappijleer 1 Lichamelijke oefening 2 Rekenen/Wiskunde 5 Natuurkunde (w.o. mechanica) 2 Vaktekenen (w.o. tekening lezen en technisch schetsen) 4 Vaktheorie 2 Materialen en gereedschappen 1 Praktijkvakken 10 Keuzevakken (waarbij ten minste een studieles verplicht is) 3 ____ 36 2. De praktijkvakken dienen ten minste vakken van twee verschillende afdelingen te omvatten.
Artikel 24
1. In het tweede, derde en vierde leerjaar van de differentiatie T-stroom van de school volgen de leerlingen in elk van de vakken of in de groepen van vakken, vermeld in de hierna volgende tabel, wekelijks ten minste het daarbij aangegeven aantal lessen en studielessen: Papiamentse taal 1 Nederlandse taal 3 Engelse taal 2
5
************************* AB 1989 no. GT 81 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Spaanse taal 2 Maatschappijleer 1 Lichamelijke oefening 2 Rekenen/Wiskunde 6 Natuurkunde (w.o. mechanica) 3 Vaktekenen (w.o. tekening lezen en technische schetsen) 4 Vaktheorie 2 Materialen en gereedschappen 1 Praktijkvakken 8 Keuzevakken (w.o. mede studielessen kunnen worden begrepen) 1 ____ 36 2. Per afdeling wordt het aantal praktijklessen over de verschillende vakken als volgt verdeeld: alle leerjaren: a. afdeling metaalbewerken: bankwerken 4 lassen 2 plaatwerken 2 b. afdeling elektrotechniek: montage 4 bankwerken 2 meten 2 c. afdeling houtbewerken: banktimmeren 3 metselen/bouwtimmeren 3 machinale houtbewerking 2
Artikel 25
1. In het tweede en derde leerjaar van de differentiatie A-stroom van de school volgen de leerlingen in elk van de vakken of in de groepen van vakken, vermeld in de hierna volgende tabel, wekelijks ten minste het daarbij aangegeven aantal lessen en studielessen: Papiamentse taal 1 Nederlandse taal 2 Engelse taal 1 Spaanse taal 1 Maatschappijleer 1 Lichamelijke oefening 2 Rekenen/Wiskunde 4 Natuurkunde (w.o. mechanica) 2 Vaktekenen (w.o. tekening lezen en technisch schetsen) 5 Vaktheorie 2 Materialen en gereedschappen 2 Praktijkvakken 12 Keuzevakken (w.o mede studielessen kunnen worden begrepen) 1 ____ 36 2. Per afdeling wordt het aantal praktijklessen over de verschillende vakken als volgt verdeeld: alle leerjaren: a. afdeling metaalbewerken: bankwerken 6 lassen 3 plaatwerken 3
6
************************* AB 1989 no. GT 81 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
b. afdeling fijnmetaalbewerken: 12 c. afdeling elektrotechniek: montage 6 bankwerken 3 meten 3 d. afdeling houtbewerken: banktimmeren 6 metselen/bouwtimmeren 4 machinale houtbewerking 2 e. afdeling motorvoertuigentechniek: autoëlektrometing 3 metaalbewerking 1 plaatwerken 3 lassen 1 automontage 4 f. afdeling installatie en koeltechniek: fitten 2 zinkbewerken (solderen) 2 lassen 2 sanitaire montage 3 koeltechnische montage en meten 3 g. afdeling schilderen: huisschilderen 6 handtekenen 3 decoratieschilderen 3 h. afdeling metselen: banktimmeren 3 metselen/bouwtimmeren 6 tegelzetten 3
Artikel 26
1. In het tweede en derde leerjaar van de differentiatie P-stroom van de school volgen de leerlingen in elk van de vakken of in de groepen van vakken, vermeld in de hierna volgende tabel wekelijks ten minste het daarbij aangegeven aantal lessen en studielessen: Papiamentse taal 1 Nederlandse taal 1 Een moderne taal (Engels of Spaans) 1 Maatschappijleer 1 Lichamelijke oefening 2 Rekenen/Wiskunde 3 Natuurkunde (w.o. mechanica) 2 Vaktekenen (w.o. tekening lezen en technisch schetsen) 5 Vaktheorie 2 Materialen en gereedschappen 1 Praktijkvakken 15 Keuzevakken (w.o. mede studielessen kunnen worden begrepen) 2 ____ 36 2. Per afdeling wordt het aantal praktijklessen over de verschillende vakken als volgt verdeeld: alle leerjaren: a. afdeling houtbewerken: banktimmeren 9 metselen/bouwtimmeren 4 machinale houtbewerking 2
7
************************* AB 1989 no. GT 81 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
b. afdeling metselen: banktimmeren 3 metselen/bouwtimmeren 9 tegelzetten 3 c. afdeling metaalbewerken: bankwerken 9 lassen 3 plaatwerken 3 d. afdeling schilderen: huisschilderen 9 handtekenen 3 decoratieschilderen 3 3. In het derde leerjaar kan na goedkeuring door de inspecteur, voor ten hoogste vier weken een stage plaatsvinden.
Artikel 27
1. De leerlingen van een school volgen per week ten hoogste 36 lesuren. 2. Naast het aantal lessen en studielessen, bepaald in de artikelen 22 tot en met 26, kunnen de leerlingen wekelijks ten hoogste 2 lessen in het vak godsdienstleer volgen, waarmee het in het eerste lid bepaalde aantal lesuren wordt verhoogd tot ten hoogste 38.
Artikel 28
Dit landsbesluit kan worden aangehaald als Landsbesluit lager technisch onderwijs.