Landsbesluit landsexamens v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. AB 2002 no. 91

*************************

AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ==================================================================== 

Intitulé : LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 57, eerste en vierde lid, van de Landsverordening voortgezet onderwijs (AB 1989 no. GT 103) 

Citeertitel: Landsbesluit landsexamens v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. 

Vindplaats : AB 2002 no. 91 

Wijzigingen: Geen 

DOWNLOAD PDF

====================================================================

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

 

HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen
Artikel 1
Dit landsbesluit verstaat onder: Minister : de minister, belast met de zorg voor het onderwijs; Directeur : de directeur van de Directie Onderwijs; V.W.O. : voorbereidend wetenschappelijk onderwijs; h.a.v.o. : hoger algemeen voortgezet onderwijs; m.a.v.o. : middelbaar algemeen voortgezet onderwijs; landsexamen : een examen, afgelegd in zes vakken als bedoeld in een van de artikelen 6 tot en met 8, ter verkrijging van een diploma voor respectievelijk v.w.o., h.a.v.o. of m.a.v.o.; deellandsexamen : een op zichzelf staand examen in één van de examenvakken, genoemd in artikel 5, ter verkrijging van een certificaat als bedoeld in artikel 28; examen : een lands- of deellandsexamen; kandidaat : degene die is toegelaten tot een lands- of deellandsexamen; landsexamencommissie : een commissie als bedoeld in artikel 2, eerste lid; voorzitter : de voorzitter van de landsexamencommissie; secretaris : de secretaris van de landsexamencommissie; inspecteur : de inspecteur, belast met het toezicht op het examen; bewijs van kennis : een bewijs als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van het Landsbesluit eindexamens dagscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. (AB 1991 no. GT 35).
Artikel 2
1. Er is een landsexamencommissie, belast met het afnemen van landsexamens. De voorzitter, secretaris en overige leden van de landsexamencommissie worden door de Minister benoemd. 2. Jaarlijks wordt door de Minister gelegenheid gegeven tot het afleggen van een landsexamen of een of meerdere deellandsexamens op v.w.o., h.a.v.o.- en m.a.v.o.-niveau.
Artikel 3
1. De Directeur maakt jaarlijks vóór 1 oktober door middel van
************************* AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
het plaatsen van een advertentie bekend, voor welk tijdstip, bij wie en op welke wijze degenen die aan een examen wensen deel te nemen, zich dienen aan te melden. 2. Om deel te kunnen nemen aan een examen is door degene die aan het examen wenst deel te nemen, aan het Land een examengeld verschuldigd. Het examengeld bedraagt: een basisbedrag per examen van Afl. 55,- vermeerderd met een bedrag voor examinering in één vak van Afl. 55,- en voor ieder extra vak een bedrag van Afl. 30,- per vak. 3. De in het eerste lid bedoelde advertentie wordt geplaatst in ten minste twee Papiamentstalige kranten en één Nederlandstalige, in Aruba verschijnende krant.
Artikel 4
Tot een examen wordt toegelaten degene: a. die zich tijdig, op de juiste wijze en bij de juiste instantie heeft aangemeld, en b. die tijdig het verschuldigde examengeld volledig heeft voldaan, en c. die op 1 april van het jaar waarin het examen wordt afgelegd, een leeftijd heeft bereikt van: 1°. voor m. a.v.o. – kandidaten: 17 jaar of ouder; 2°. voor h.a.v.o. – kandidaten: 18 jaar of ouder; 3°. voor v.w.o. – kandidaten: 19 jaar of ouder.
HOOFDSTUK II
Examenvakken en -programma
Artikel 5
1. De examenvakken zijn: a. voor het examen v.w.o.: Nederlandse taal en letterkunde, Engelse taal en letterkunde, Spaanse taal en letterkunde, Franse taal en letterkunde, Duitse taal en letterkunde, Latijnse taal en letterkunde, Griekse taal en letterkunde, Papiamentse taal en letterkunde, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde, wiskunde A, wiskunde B, natuurkunde, scheikunde 2 biologie, economische wetenschappen 1 en recht, economische wetenschappen 11 en recht, informatiekunde; b. voor het examen h.a.v.o.: Nederlandse taal en letterkunde, Engelse taal en letterkunde, Spaanse taal en letterkunde, Franse taal en letterkunde, Duitse taal en letterkunde, Papiamentse taal en letterkunde, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, economie, handelswetenschappen en recht, informatiekunde; c. voor het examen mavo.: Nederlandse taal, Engelse taal, Spaanse taal, Franse taal, Duitse taal, Papiamentse taal, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, handelskennis, informatiekunde. 2. De Minister kan op een daartoe strekkend verzoek van een kandidaat toestaan dat deze examen aflegt in een of meer andere vakken dan die, genoemd in het eerste lid.
2
************************* AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Artikel 6
Het landsexamen v.w.o. omvat twee der navolgende vakken: – Nederlandse taal en letterkunde – Engelse taal en letterkunde – Spaanse taal en letterkunde – Franse taal en letterkunde – Duitse taal en letterkunde en vier andere vakken, genoemd in artikel 5, onderdeel a, ter keuze van de kandidaat.
Artikel 7
Het landsexamen h.a.v.o. omvat twee der vakken: – Nederlandse taal en letterkunde – Engelse taal en letterkunde – Spaanse taal en letterkunde – Franse taal en letterkunde – Duitse taal en letterkunde en vier andere vakken, genoemd in artikel 5, onderdeel b, ter keuze van de kandidaat.
Artikel 8
Het landsexamen mavo. omvat twee der vakken: – Nederlandse taal – Engelse taal – Spaanse taal – Franse taal – Duitse taal en vier andere vakken, genoemd in artikel 5, onderdeel c, ter keuze van de kandidaat.
Artikel 9
1. Het examen bestaat uit een mondeling en een schriftelijk gedeelte. 2. De Minister stelt het examenprogramma voor een vak vast. Dit programma bevat de omschrijving van de examenstof voor ieder vak en de verdeling van deze stof over het mondelinge en het schriftelijke gedeelte. 3. Het examenprogramma komt overeen met het examenprogramma van de eindexamens van de dagscholen voor respectievelijk v.w.o., h.a.v.o. en m.a.v.o.
HOOFDSTUK III
Regeling van de examens
§ 1. Procedureregels
Artikel 10
1. Aan de kandidaat die deelneemt aan het landsexamen wordt, op zijn verzoek, vrijstelling verleend voor ieder vak waarvoor hij een bewijs van kennis kan overleggen, of waarvoor hij door middel van een cijferlijst kan aantonen dat hij voor een eerder afgelegd eindexamen aan een school in de zin van het Landsbesluit eindexamens dagscholen
3
************************* AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. in dat vak het cijfer 7 of meer heeft behaald. 2. Aan de kandidaat die deelneemt aan een examen wordt, op zijn verzoek, een certificaat als bedoeld in artikel 28, uitgereikt voor ieder vak waarvoor hij door middel van een cijferlijst kan aantonen dat hij voor een eerder afgelegd examen in dat vak het cijfer 6 of meer heeft behaald.
Artikel 11
Kandidaten die aan een examen deelnemen, legitimeren zich op verzoek van de examinatoren of toezichthouders.
§ 2. Het schriftelijke examen
Artikel 12
1. De Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 3 1 juli de data en tijdstippen vast, waarop in de daaropvolgende periode van 1 augustus tot en met 31 juli de schriftelijke examens zullen worden afgenomen, en deelt deze mede aan de voorzitter. De vaststelling geschiedt in hetzelfde tijdvak en op dezelfde tijdstippen van de overeenkomstige eindexamens voor de dagscholen. 2. De voorzitter draagt zorg dat de in het eerste lid genoemde informatie, alsmede de voorschriften voor het examen, de hulpmiddelen die daarbij mogen worden gebruikt, het rooster en de plaats waar het examen wordt afgenomen, uiterlijk 30 dagen voor aanvang van de examens aan elke kandidaat worden meegedeeld.
Artikel 13
1. Aan de kandidaten worden dezelfde eindexamenopgaven voorgelegd, als in dat jaar door de dagscholen voor v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. worden gebruikt. 2. Indien naar het oordeel van de voorzitter toepassing van het eerste lid niet mogelijk is of op ernstige bezwaren stuit, kunnen aan de kandidaten andere examenopgaven worden voorgelegd. Deze opgaven worden vastgesteld door de landsexamencommissie en zijn inhoudelijk van hetzelfde niveau als de eindexamenopgaven van de overeenkomstige dagscholen.
Artikel 14
1. De Directeur draagt zorg voor het drukken van de examenopgaven. 2. De Directeur zendt de examenopgaven aan de voorzitter, waarbij op de enveloppen wordt aangegeven het vak en het onderdeel van het vak waarop de inhoud betrekking heeft, de datum en het tijdstip waarop de opgaven aan de kandidaten moeten worden voorgelegd, de tijd die voor het werk beschikbaar is, alsmede het aantal ingesloten exemplaren. 3. De voorzitter draagt zorg dat de in het tweede lid genoemde enveloppen in ongeopende staat worden bewaard tot het moment waarop het examen wordt afgelegd.
Artikel 15
1. Bij het afnemen van het schriftelijke examen zijn ten minste twee toezichthouders aanwezig. Een van de toezichthouders leest de
4
************************* AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
aanwijzingen voor, die op de enveloppe met examenopgaven staan, en opent deze, waarna de opgaven worden uitgedeeld onder de kandidaten. 2. De toezichthouders maken van het verloop van het examen een verslag op.
Artikel 16
1. Een kandidaat die te laat komt, wordt uiterlijk tot een half uur na aanvang van het examen door de voorzitter tot het examenlokaal toegelaten. Hij levert zijn werk in uiterlijk op het tijdstip dat voor de andere kandidaten geldt. 2. De kandidaten mogen vóór afloop van het examen het examenlokaal verlaten, echter niet binnen één uur na aanvang van dat examen.
Artikel 17
1. Vóór de aanvang van het schriftelijke examen wordt door de toezichthouders aan de kandidaten herhaald, welke voorschriften gelden ten aanzien van het examen, en welke hulpmiddelen daarbij mogen worden gebruikt. 2. Omtrent de opgaven worden geen mededelingen of inlichtingen van welke aard of door wie ook aan de kandidaten verstrekt. 3. Gedurende het examen is het de kandidaat niet geoorloofd zich zonder toestemming van een toezichthouder uit het examenlokaal te verwijderen. 4. De voorzitter kan toestaan dat een lichamelijk gehandicapte kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden die de lichamelijke gesteldheid van de kandidaat biedt. In dat geval bepaalt de voorzitter, zo nodig met afwijking van artikel 16, de wijze waarop het examen zal worden afgelegd.
§ 3. Het mondeling examen
Artikel 18
1. De voorzitter stelt jaarlijks de data, tijdstippen en plaats van de mondelinge examens vast. Het mondelinge examen in een vak kan worden afgenomen vóór het schriftelijke examen in dat vak. 2. Elke kandidaat die een mondeling examen aflegt, wordt afzonderlijk geëxamineerd door een lid van de landsexamencommissie in aanwezigheid van een ander lid. Een van hen maakt een verslag van het verloop van het examen. 3. Het mondelinge examen is inhoudelijk van hetzelfde niveau als de schoolonderzoeken bij een overeenkomstige school in de zin van het Landsbesluit eindexamens dagscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. 4. Artikel 17, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op het mondelinge examen.
Artikel 19
De Minister kan bepalen dat, in afwijking van artikel 9, eerste lid, in één of meer vakken alleen een mondeling examen zal worden afgenomen. Daarbij kan hij vaststellen dat bij het afnemen van dit mondelinge examen voorschriften gelden, die afwijken van die van dit landsbesluit.
5
************************* AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
HOOFDSTUK IV
Artikel 20
1. Binnen drie werkdagen na de datum waarop de uitslag van het examen aan de kandidaat is bekendgemaakt, kan de kandidaat, en, indien deze minderjarig is, ook diens ouder, voogd of verzorger, die twijfelt aan de juistheid van de uitslag van het mondelinge examen, bij de voorzitter schriftelijk bezwaar aantekenen tegen de uitslag. 2. Alvorens een beslissing te nemen op het bezwaarschrift, hoort de voorzitter de betrokkene en, indien deze minderjarig is, ook diens ouder, voogd of verzorger. 3. De beslissing op het bezwaarschrift wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 7 dagen na dagtekening van het bezwaarschrift, medegedeeld aan de indiener. De voorzitter stelt zo nodig vast of en op welke wijze er een nieuw examen zal worden afgenomen. 4. Een kandidaat, en, indien deze minderjarig is, ook diens ouder, voogd of verzorger, kan aan de inspecteur verzoeken een beslissing van de voorzitter te herzien. Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk binnen 3 dagen nadat de beslissing ter kennis van de kandidaat is gebracht bij de inspecteur ingediend. De inspecteur stelt een onderzoek in en stelt zonodig vast of en op welke wijze examen zal worden afgenomen.
HOOFDSTUK V
Verhindering van deelname en bedrog
Artikel 21
1. Ingeval een kandidaat om een geldige reden, ter beoordeling van de voorzitter, is verhinderd aan een examen deel te nemen, geeft de voorzitter hem op een later tijdstip, echter uiterlijk vóór 31 december van datzelfde jaar, de gelegenheid om alsnog in het desbetreffende vak te worden geëxamineerd. 2. Bij deze examinering op een later tijdstip zijn de artikelen 13 tot en met 17, en artikel, 18, tweede en derde lid, van toepassing.
Artikel 22
1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, ontzegt de voorzitter hem de deelneming of de verdere deelneming aan het examen. Indien een kandidaat in enig ander opzicht in strijd met de voorschriften heeft gehandeld en dit voor of tijdens het examen wordt ontdekt, kan de voorzitter hem de deelneming of de verdere deelneming aan het examen ontzeggen. 2. Indien het bedrog eerst na afloop van het examen wordt ontdekt, onthoudt de voorzitter de kandidaat het diploma of certificaat. Indien enige andere onregelmatigheid eerst na afloop van het examen wordt ontdekt, kan de voorzitter de kandidaat het diploma of certificaat onthouden. 3. Van enig bedrog of enige onregelmatigheid, bedoeld in het eerste en tweede lid, doet de voorzitter onmiddellijk mededeling aan de inspecteur. 4. Indien de voorzitter toepassing geeft aan het eerste of tweede lid, wijst hij de kandidaat op het bepaalde in het vijfde lid. 5. De kandidaat kan aan de inspecteur verzoeken een beslissing
6
************************* AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
van de voorzitter te herzien. Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk binnen drie dagen nadat de beslissing ter kennis van de kandidaat is gebracht, bij de inspecteur ingediend. De inspecteur stelt een onderzoek in, beslist op het verzoek en stelt zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen af te leggen in het vak of de vakken waarvan hij de zitting niet heeft meegemaakt.
HOOFDSTUK V
Beoordeling en uitslag
Artikel 23
1. De beoordeling van elk van de examenvakken wordt uitgedrukt door een eindcijfer. Daartoe staan ter beschikking de getallen 1 tot en met 10, waaraan de volgende betekenis toekomt:
1 = zeer slecht 6 = voldoende 2 = slecht 7 = ruim voldoende 3 = zeer onvoldoende 8 = goed 4 = onvoldoende 9 = zeer goed 5 = bijna voldoende 10 = uitmuntend
2. Het eindcijfer voor een vak is het gemiddelde van de cijfers voor het mondelinge en het schriftelijke examen. Is dit gemiddelde geen geheel getal, dan wordt dit getal afgerond naar het dichtstbijgelegen gehele getal, waarbij halven naar boven worden afgerond tot gehele getallen.
Artikel 24
1. Direct na afloop van het mondelinge examen wordt het cijfer daarvoor vastgesteld door de bij het examen aanwezige examinatoren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van één van de getallen 1 tot en met 10 met één decimaal, waarbij aan de gehele getallen de betekenis toekomt als aangegeven in artikel 23, eerste lid. 2. Ingeval de examinatoren niet tot overeenstemming komen, is het cijfer gelijk aan het gemiddelde van de beoordelingen door ieder van hen. Is dit gemiddelde cijfer een getal met twee decimalen, dan wordt dit getal afgerond op de eerste decimaal, met dien verstande dat deze decimaal met 1 verhoogd wordt indien de tweede decimaal zonder afronding 5 of hoger is. 3. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een cijfer dat tevens eindcijfer is, wordt het cijfer vastgesteld op het gemiddelde van de beoordelingen van ieder van de examinatoren, waarbij afronding van het cijfer plaatsvindt overeenkomstig artikel 23, tweede lid, tweede volzin.
Artikel 25
1. Voor het schriftelijke examen in een vak stellen de examinatoren in onderling overleg het cijfer vast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van één van de getallen 1 tot en met 10 met één decimaal, waarbij aan de gehele getallen de betekenis toekomt als aangegeven in artikel 23, eerste lid. 2. Indien de opgaven gedeeltelijk uit open vragen en gedeeltelijk uit meerkeuzevragen bestaan, wordt voor elk van deze onderdelen afzonderlijk
7
************************* AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
een cijfer vastgesteld, overeenkomstig het eerste lid. Het cijfer voor het examen is het gemiddelde van de cijfers, behaald voor de open en meerkeuzevragen. Artikel 24, tweede lid, tweede volzin is van toepassing. 3. De bepaling van het cijfer, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt zo nodig plaats met toepassing van artikel 24, tweede en derde lid.
Artikel 26
1. De kandidaat die een landsexamen heeft afgelegd, is geslaagd, indien hij: a. voor elk examenvak een eindcijfer heeft behaald van 6 of meer; b. voor één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een eindcijfer heeft behaald van 6 of meer; c. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5, dan wel voor één van zijn examenvakken een eindcijfer 4 heeft behaald, en voor zijn overige examenvakken een eindcijfer heeft behaald van 6 of meer, waarbij het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt. 2. De kandidaat die een deellandsexamen heeft afgelegd is geslaagd, indien hij voor het desbetreffende vak een eindcijfer heeft behaald van 6 of meer.
Artikel 27
1. De uitslag van de examens wordt vastgesteld door de landsexamencommissie conform de artikelen 23 tot en met 26. 2. Zodra de uitslag is vastgesteld, deelt de voorzitter deze, samen met de eindcijfers, schriftelijk aan iedere kandidaat mee.
HOOFDSTUK VI
Certificaten, diploma’s en cijferlijsten
Artikel 28
Een certificaat dat het vak vermeldt, waarin de kandidaat is geëxamineerd, met het voor dit vak behaalde eindcijfer wordt uitgereikt aan: a. degene die voor een deellandsexamen is geslaagd, tenzij hem op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, terstond een diploma wordt uitgereikt, b degene die voor het landsexamen is afgewezen, met dien verstande dat slechts een certificaat wordt verstrekt voor die vakken waarin ten minste het eindcijfer 6,0 is behaald.
Artikel 29
1. Een diploma dat de vakken vermeldt, waarin de kandidaat is geëxamineerd, wordt uitgereikt aan degene die voor het landsexamen is geslaagd. 2. Een diploma dat de vakken vermeldt waarin de kandidaat is geëxamineerd, en waarop vermeld wordt, voor welke vakken een vrijstelling is verleend, wordt afgegeven aan degene die: a. geslaagd is voor een of meer deellandsexamens, en die voor de andere vakken die samen met de vakken waarin hij met goed gevolg deellandsexamen heeft afgelegd, het landsexamen vormen, een vrijstelling
8
************************* AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
als bedoeld in artikel 11, eerste lid, heeft verkregen; b. voor alle vakken die samen het landsexamen vormen, certificaten kan overleggen, als bedoeld in artikel 11, tweede lid. 3. Aan de kandidaat die geslaagd is voor een deellandsexamen, afgelegd in de vorm van een aanvullend examen als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van het Landsbesluit eindexamens dagscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o., wordt een diploma uitgereikt, waarop vermeld staat: a. het vak waarin de betrokkene is geëxamineerd en het eindcijfer hiervoor, b. de cijfers voor het schriftelijk en mondeling examen; c. de uitslag en datum van het examen. 4. Voor de toepassing van dit artikel worden met certificaten als bedoeld in dit landsbesluit, gelijkgesteld certificaten als bedoeld in artikel 39 van het Landsbesluit eindexamens dagscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o.
Artikel 30
1. Aan elke kandidaat wordt een cijferlijst verstrekt, waarop zowel de cijfers voor het schriftelijke en mondelinge examen als de eindcijfers voor de door hem afgelegde examenvakken zijn vermeld, alsmede de uitslag en de datum van het afgelegde examen. 2. De cijferlijsten, diploma’s en certificaten worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris. 3. De modellen van de cijferlijsten, diploma’s en certificaten worden vastgesteld door de Minister.
HOOFDSTUK VII
Gegevensverstrekking aan de Directeur
Artikel 31
1. De voorzitter zendt binnen een week na de uitslag van de examens aan de Directeur een door hem en de secretaris ondertekende lijst van kandidaten die tot een herkansing zijn toegelaten, onder vermelding van de vakken waarin de kandidaten zullen worden geëxamineerd. 2. Het model van de in het eerste lid bedoelde lijst wordt door de Directeur vastgesteld.
Artikel 32
1. De voor een examen verkregen cijfers en het eindcijfer van het examenvak worden door de examinatoren ingevuld op de lijst van cijfers, die door de Directeur wordt verstrekt. De exarrünatoren ondertekenen deze lijst. 2. De voorzitter zendt binnen een week na de uitslag van de examens een ingevuld en door hem en de secretaris ondertekend exemplaar van een verzamellijst van alle cijfers aan de Directeur. 3. Het model van de in het tweede lid bedoelde verzamellijst wordt door de Directeur vastgesteld. Op deze lijst worden tevens statistische gegevens inzake de uitslag verstrekt, in een door de Directeur te bepalen vorm.
9
************************* AB 2002 no. 91 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
HOOFDSTUK VIII
Herkansingen
Artikel 33
1. De kandidaat die in aanmerking wil komen voor een herkansing, dient hiertoe vóór een door de voorzitter te bepalen dag en tijdstip een schriftelijk verzoek in bij de voorzitter. 2. Herkansing kan slechts worden afgelegd in één vak en blijft beperkt tot het schriftelijke examen. 3. Bij het afleggen van een herkansing zijn de artikelen 10 en 12 tot en met 17 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 34
1. De beoordeling van de herkansing geschiedt overeenkomstig artikel 25. 2. Na afloop van de herkansing worden het eindcijfer en de uitslag definitief vastgesteld met toepassing van artikel 23, waarbij het hoogste behaalde cijfer geldt als het definitieve eindcijfer. 3. De kandidaat die een herkansing heeft afgelegd, is geslaagd, indien zijn eindcijfers na deze herkansing alsnog voldoen aan de voorwaarden, gesteld in artikel 26, eerste of tweede lid.
HOOFDSTUK IX
Slotbepalingen
Artikel 35
1. Het schriftelijke werk, de verslagen van de mondelinge examens en de cijferlijsten van de kandidaten worden tot 1 april van het jaar, volgend op de examens, bewaard door de voorzitter, en liggen tot die datum ter inzage voor de kandidaten. 2. De voorzitter draagt zorg dat de verzamellijst van cijfers, genoemd in artikel 32, tweede lid, alsmede een volledig stel van de gebruikte opgaven van het schriftelijke examen, worden bewaard door het archief van de landsexamencommissie.
Artikel 36
Er worden geen duplicaten van diploma’s of certificaten verstrekt.
Artikel 37
1. Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na die van zijn plaatsing in het Afkondigingsblad van Aruba en werkt terug tot en met 1 januari 1986. 2. Dit landsbesluit kan worden aangehaald als Landsbesluit landsexamens v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o.