Leerplichtverordening AB 2011 no. 82

*************************

AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ====================================================================
Intitulé : LANDSVERORDENING van 23 december 2011 houdende de invoering van een leerplicht voor jongeren
Citeertitel: Leerplichtverordening
Vindplaats : AB 2011 no. 82
Wijzigingen: Geen

DOWNLOAD PDF
====================================================================

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

Artikel 1
1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Minister : de minister, belast met de zorg voor het onderwijs; Directeur : de directeur van de Directie Onderwijs; school : een door het Land of door een natuurlijke- of rechtspersoon in stand gehouden, door of vanwege het Land bekostigde instelling voor kleuteronderwijs, basisonderwijs of voortgezet onderwijs; schooljaar : de bij ministeriële regeling voor de scholen vastgelegde lesperiode; jongere : een kind tussen de 4 en 17 jaar, dat zijn werkelijke verblijfplaats in Aruba heeft; ouder : de in Aruba werkelijke verblijfplaats hebbende natuurlijke- of rechtspersoon die het gezag over een jongere uitoefent; hoofd : degene die belast is met de leiding van een school. 2. De Minister kan op voordracht van de Directeur, de natuurlijke- of rechtspersoon die feitelijk een jongere verzorgt, waarvan geen ouder feitelijk in Aruba verblijft, voor de toepassing van deze landsverordening gelijkstellen met een ouder. De betrokkene wordt zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van een beschikking als bedoeld in de eerste volzin. 3. De Minister kan een onderwijsinstelling in Aruba, die geen school is, op een daartoe strekkend schriftelijk en voldoende gedocumenteerd verzoek van die instelling voor de toepassing van deze landsverordening gelijkstellen met een school. 4. Aan een beschikking tot gelijkstelling als bedoeld in het derde lid, worden voorwaarden, voorschriften of beperkingen verbonden. Bij niet-naleving van een of meer gestelde voorwaarden, voorschriften of beperkingen wordt de beschikking ingetrokken.
Artikel 2
1. Een ouder draagt zorg dat de jongere: a. overeenkomstig de bepalingen van deze landsverordening is ingeschreven als leerling van een school en b. gedurende de reguliere schooluren een school bezoekt, totdat hij ten minste het onderwijs, verzorgd aan een school voor beroepsonderwijs of algemeen voortgezet onderwijs, heeft afgerond, dan wel de leeftijd van 17 jaar heeft bereikt. 2. Het gebod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt bij aanvang van het schooljaar voor de ouders van jongeren die vier jaar oud zijn, dan wel voor 1 oktober deze leeftijd zullen bereiken. Indien de jongere na deze eerste verplichte schooldag in Aruba is komen wonen, gaat het gebod in dertig dagen na aankomst van de jongere in Aruba.
************************* AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Het gebod, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vangt aan op het moment dat de jongere tot die school wordt toegelaten. 3. De Minister kan, op verzoek van een ouder, voor een jongere die ten minste de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt en waarvan naar het oordeel van de Minister is komen vast te staan dat hij niet geschikt is om volledig dagonderwijs aan een school te volgen, een ander onderwijsprogramma goedkeuren. Dit programma houdt in ieder geval in dat de jongere aan de school, in overeenstemming met het bevoegd gezag van de school, een programma volgt dat naast algemeen vormend onderwijs en op het beroep gericht onderwijs tevens praktijktijd bevat, te verrichten naast en in samenhang met het onderwijs. 4. De Minister kan regels stellen met betrekking tot het programma, bedoeld in het derde lid.
Artikel 3
1. Een ouder kan op een daartoe strekkend schriftelijk en voldoende gedocumenteerd verzoek, geheel of gedeeltelijk, ontheffing krijgen van de verplichting tot naleving van het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, voor een jongere: a. die om fysieke of psychische redenen niet geschikt of niet in staat is om een school te bezoeken of de desbetreffende opleiding niet volledig kan volgen; b. die als leerling staat ingeschreven aan een buiten Aruba gevestigde en aldaar als zodanig erkende onderwijsinstelling; c. voor wie bijzondere omstandigheden de inschrijving aan een school onwenselijk maken. 2. Een ontheffing op grond van het eerste lid, onderdeel a, wordt slechts verleend, indien het verzoek daartoe vergezeld is van een verklaring van een door de Minister daartoe aangewezen arts, pedagoog of psycholoog, inhoudende dat de jongere niet geschikt of niet, althans niet voortdurend, in staat is een school te bezoeken. 3. Een ontheffing op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt slechts verleend, indien het verzoek daartoe vergezeld is van een recente verklaring van het hoofd van de desbetreffende buitenlandse onderwijsinstelling dat de jongere aldaar is ingeschreven of naar zijn verwachting zal worden ingeschreven, en van gegevens waaruit tenminste blijkt dat het onderwijs aan de onderwijsinstelling aansluiting geeft aan door of vanwege de desbetreffende staat gegeven vervolgonderwijs. 4. Ontheffingen worden verleend door de Minister; hij beslist binnen dertig dagen na ontvangst daarvan op een verzoek. De beschikking van de minister is schriftelijk en bevat, in geval van afwijzing, de redenen daarvoor. 5. Ontheffingen hebben, indien het betreft een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, tenzij de ontheffing anders vermeldt, een onbeperkte geldigheidsduur, en gelden, indien het betreft een ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c, tot het einde van dat schooljaar.
Artikel 4
1. Een ouder is vrijgesteld van de verplichting tot naleving van het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, ingeval: a. de school tijdelijk is gesloten of het geven van onderwijs aldaar tijdelijk is gestaakt; b. de jongere bij wijze van disciplinaire maatregel of om gezondheidsredenen tijdelijk de toegang tot de school waaraan hij is
2
************************* AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
ingeschreven, is ontzegd; c. de jongere wegens ziekte of een andere ongesteldheid tijdelijk is verhinderd de school waaraan hij is ingeschreven, te bezoeken; d. er sprake is van een plotselinge of bijzondere, belangrijke persoonlijke of familiegebeurtenis voor de jongere. 2. Van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is slechts sprake, indien de ouder aan het begin van de schooldag het hoofd in kennis heeft gesteld van het feit dat de jongere ziek of ongesteld is. Indien het een besmettelijke ziekte betreft, als bedoeld in de Landsverordening besmettelijke ziekten (AB 1992 no. GT 11), stelt de ouder het hoofd in kennis van de aard van de ziekte. Indien de periode waarvoor de vrijstelling geldt, meer dan tien schooldagen beslaat, legt de ouder uiterlijk op de elfde schooldag van het verzuim een verklaring van de behandelend arts van de jongere over. 3. Van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is slechts sprake, indien de ouder zo mogelijk eerder, maar uiterlijk aan het begin van de schooldag waarop de gebeurtenis zich voordeed of zich zal voordoen, het hoofd in kennis heeft gesteld van de aard van de gebeurtenis. Voor gebeurtenissen als hier bedoeld, is de vrijstelling van toepassing voor ten hoogste tien schooldagen per schooljaar.
Artikel 5
1. Een ouder kan op een daartoe strekkend schriftelijk en voldoende gedocumenteerd verzoek een ontheffing krijgen van de verplichting tot naleving van het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. 2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt gericht aan het hoofd, dat het verzoek onverwijld toezendt aan de Directeur, die daarop beslist binnen zeven dagen na ontvangst daarvan, het hoofd en de verzoeker gehoord. 3. De Directeur legt zijn beslissing schriftelijk vast. Is zij afwijzend, dan bevat zij de redenen daarvan; is zij bewilligend, dan vermeldt zij de duur ervan.
Artikel 6
1. De Minister kan op een daartoe strekkend en voldoende gedocumenteerd verzoek aan de ouder die heeft aangetoond dat hij zonder steun van het Land niet in staat is te voldoen aan het gebod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, hulp verlenen. 2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, is gericht aan de Minister en wordt ingediend bij de Directeur. De Minister beslist binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek, de minister, belast met sociale zaken, gehoord. 3. De Minister stelt nadere regels met betrekking tot de vorm en de duur van de hulpverlening, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 7
1. Bij de inschrijving van een jongere aan een school wordt de ouder niet verplicht, noch van zichzelf noch van de jongere, een verklaring uit de basisadministratie over te leggen, dat de jongere aldaar is ingeschreven. 2. Aan de inschrijving op een school worden geen rechten ontleend op afgifte van een verblijfsvergunning in de zin van de Lands Vergunning toelating en uitzetting (AB 1993 no. GT 33).
3
************************* AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
3. Het hoofd draagt zorg dat de namen en adressen van de op zijn school ingeschreven leerlingen zodanig worden geadministreerd, dat onbevoegden daarin geen inzage krijgen. Deze gegevens zijn, zo nodig in afwijking van andersluidende wettelijke voorschriften, uitsluitend toegankelijk voor daartoe door het hoofd aangewezen personeel van de school en voor ambtenaren als bedoeld in artikel 8, eerste lid, alsmede voor opsporingsambtenaren.
Artikel 8
1. Met het toezicht op de naleving van het bij deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen ambtenaren. Een zodanig landsbesluit wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba. 2. De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd: a. alle inlichtingen te vragen; b. inzage te verlangen van alle zakelijke boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen; c. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen. 3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, verschaft met behulp van de sterke arm. 4. Op de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen is het Landsbesluit algemene bepalingen toezichtuitoefening (AB 1998 no. 70) of het landsbesluit dat dit vervangt, van overeenkomstige toepassing. 5. Een ieder verleent aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren alle medewerking, die redelijkerwijs op grond van het tweede lid is gevorderd.
Artikel 9
1. Aan de ouder die herhaaldelijk of aanhoudend nalaat te handelen ingevolge een in artikel 2, eerste lid, neergelegd gebod, kan door de Minister een last onder dwangsom van ten minste Afl. 250,- en ten hoogste Afl. 2.500,- worden opgelegd om verdere overtreding of herhaling van de overtreding te voorkomen. 2. Oplegging van de last geschiedt schriftelijk; de last vermeldt de hoogte van de dwangsom en, zo nodig, de termijn waarbinnen hij dient te worden uitgevoerd, zonder dat de dwangsom wordt verbeurd. 3. Indien door een ouder wederom wordt nagelaten deze landsverordening na te leven, nadat de last onder dwangsom is opgelegd, dan wel, indien bij de oplegging van de last een termijn is vermeld, na verloop van die termijn, doet de Minister het bedrag van de dwangsom, verhoogd met de op de invordering betrekking hebbende kosten, invorderen bij dwangbevel, tenzij ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (AB 1993 no. 45) bezwaar is gemaakt tegen oplegging van de dwangsom en nog niet op het bezwaar is beslist. 4. Een dwangbevel als bedoeld in het derde lid, wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van Aruba. 5. Gedurende zes weken na de dag van betekening staat tegen het dwangbevel verzet open door dagvaarding van het Land.
4
************************* AB 2011 no. 82 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
6. Indien een ouder na het opleggen van een last onder dwangsom geen bezwaarschrift heeft ingediend, kan hij na ontvangst van het dwangbevel, bedoeld in het derde lid, binnen zes weken na ontvangst, alsnog bezwaar maken tegen de last. 7. Het verzet, bedoeld in het vijfde lid, dan wel het bezwaar, bedoeld in het zesde lid, schorst de tenuitvoerlegging. 8. Indien degene door wie de last verbeurd is, geldelijke maatschappelijke hulp ontvangt als bedoeld in de Landsverordening maatschappelijke zorg (AB 1989 no. GT 27), doet de minister, belast met sociale aangelegenheden, de dwangsom, in afwijking van het derde lid, op verzoek van de Minister in zes termijnen inhouden op de bovenbedoelde uitkering. Het vijfde, zesde en zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op een inhouding als bedoeld in de eerste volzin.
Artikel 10
1. Degene die handelt in strijd met een in artikel 7, derde lid, of artikel 8, vijfde lid, neergelegde rechtsplicht, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste Afl. 2.500,-. 2. De strafbare feiten, bedoeld in het eerste lid, zijn overtredingen.
Artikel 11
1. Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen datum. 2. Zij kan worden aangehaald als Leerplichtverordening. 3. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen landsbesluit wordt niet gedaan, dan nadat het ontwerp gedurende ten minste 10 werkdagen aan de Staten is overlegd.