Regeling schoolreglement openbaar voortgezet onderwijs AB 1992 no. 76

*************************

AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ==================================================================== 

Intitulé : MINISTERIËLE REGELING ter uitvoering van artikel 27 van de Landsverordening voortgezet onderwijs (AB 1989 no. GT 103) 

Citeertitel: Regeling schoolreglement openbaar voortgezet onderwijs 

Vindplaats : AB 1992 no. 76 

Wijzigingen: Geen 

DOWNLOAD PDF

====================================================================

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in posts
Search in pages

 

§ 1. Algemene bepaling
Artikel 1
Deze regeling verstaat onder: bevoegd gezag : de minister van Welzijnszaken; school : een openbare school voor voortgezet onderwijs; ouders : ouders, voogden en die meerderjarige personen, die kinderen van anderen als eigen kinderen onderhouden en opvoeden; inspecteur : de inspecteur, belast met het toezicht op de school; directeur : de directeur of de rector van de school; adjunct-directeur : de adjunct-directeur of de conrector van de school; schoolleiding : de directeur en de adjunct-directeur(en) van de school.
§ 2. De schoolleiding
Artikel 2
De directeur is belast met de leiding van de school en is tegenover het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de gang van zaken op school.
Artikel 3
1. Jaarlijks worden door het bevoegd gezag, na ingewonnen bericht van de directeur, één of meer adjunct-directeuren benoemd, die de directeur in zijn werkzaamheden bijstaan. 2. De taakverdeling tussen directeur en adjunct-directeur wordt vastgesteld in onderling overleg en is onderworpen aan de goedkeuring van het bevoegd gezag. 3. De adjunct-directeur is tegenover de directeur verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden die hem bij de taakverdeling zijn toebedeeld.
Artikel 4
1. De directeur en de adjunct-directeuren staan de leraren en het overig personeel met raad en voorlichting bij en beijveren zich om, ook door bevordering van de onderlinge samenwerking, een zo gunstig mogelijk klimaat te scheppen voor het aan de school te geven onderwijs. 2. Indien een leraar of een ander personeelslid zonder geldige reden afwezig is of zich anderszins schuldig maakt aan plichtsverzuim
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
of aan onbehoorlijk gedrag in woord of daad, dient de directeur daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis te geven aan het bevoegd gezag.
Artikel 5
1. De directeur ziet erop toe, dat in elke klas of groep door alle leerlingen volledig wordt deelgenomen aan het voor hen bestemde onderwijs. 2. Alleen de directeur is bevoegd in bijzondere gevallen, na overleg met de klasseleraar, aan leerlingen vrijstelling van het bijwonen van lessen te verlenen of aan hen toestemming te geven de school gedurende de schooltijd te verlaten.
Artikel 6
1. Van buitengewone voorvallen die zich met betrekking tot de school hebben voorgedaan, bericht de directeur zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag. 2. Bij ongelukken van ernstige aard treft de directeur onverwijld de maatregelen die voor de getroffen leerling van belang zijn.
Artikel 7
De directeur dient in de tijd, dat hij geen lesgeeft op school, aldaar aanwezig te zijn, tenzij dit niet mogelijk is in verband met werkzaamheden elders ten behoeve van de school.
§ 3. De leraren
Artikel 8
1. De leraar geeft onderwijs en verricht de daaruit voortvloeiende werkzaamheden, alsmede de algemene en bijzondere taken die hem worden opgedragen. 2. De leraar dient een kwartier voor het begin van zijn lessen op school aanwezig te zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 44. 3. De leraar doet gedurende de schooltijd al hetgeen redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd uit pedagogisch didactisch oogpunt ter bevordering van de goede gang van zaken op de school en bij buitenschoolse activiteiten. 4. De leraar mag het schoolgebouw slechts in bijzondere gevallen verlaten voor het einde van zijn lessen, mits de directeur zijn toestemming geeft en deze een tijdelijke regeling treft, waardoor het onderwijs voortgaat en het naar huis zenden van één of meer klassen wordt vermeden. In geval van twijfel kan de directeur zich met de directeur van de Directie Onderwijs verstaan ter bepaling, of een voorkomend geval al dan niet als bijzonder is aan te merken.
Artikel 9
1. De leraar dient de opdrachten en aanwijzingen van de schoolleiding ten aanzien van de schoolorde en de gang van het onderwijs stipt op te volgen. 2. Indien een leraar bezwaren heeft tegen een opdracht of aanwijzing, kan hij daartegen binnen 48 uur een bezwaarschrift indienen bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag beslist binnen 5 dagen. Het bezwaarschrift schort de werking van de opdracht of de aanwijzing niet
2
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
op. 3. De leraar geeft aan de directeur onverwijld een afschrift van het bezwaarschrift.
Artikel 10
1. De leraar houdt dagelijks aantekening van de verzuimen en van het te laat komen van de leerlingen in zijn les. De schoolleiding brengt deze aantekeningen wekelijks over op de absentielijst van de school. 2. De leraar bespreekt met de schoolleiding zo spoedig mogelijk de willekeurige verzuimen en het te laat komen van leerlingen in zijn les waarna dit met de leerling en, indien hij minderjarig is, tevens met de ouders van de betrokken leerling wordt besproken.
Artikel 11
1. De leraar brengt ten minste drie maal per jaar een schriftelijk verslag uit over de vorderingen van de leerlingen. 2. Elk van de verslagen, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval besproken door de leraren van wie de betrokken leerlingen les krijgen.
Artikel 12
1. De leraar licht de ouders desgevraagd volledig in over de vorderingen van hun kind in zijn vak of vakken. 2. Tenminste eenmaal per trimester wordt een ouderavond gehouden.
Artikel 13
1. Het is de leraar niet toegestaan tegen vergoeding privé-lessen te geven aan leerlingen die op school bij hem lessen in het desbetreffende vak volgen. 2. Het is de directeur niet toegestaan tegen vergoeding privé- lessen te geven aan leerlingen van zijn school in vakken die aan zijn school worden gegeven.
Artikel 14
1. Elke leraar heeft het toezicht op de lokaliteiten en is belast met de verzorging van de hulpmiddelen, lokaliteiten en de inventaris waarvan hij bij het onderwijs gebruik maakt. 2. Indien de lokaliteiten en de inventaris en hulpmiddelen door meer dan één leraar worden gebruikt, dient de directeur één van hen met het toezicht en de verzorging te belasten.
§ 4. De lerarenvergadering
Artikel 15
1. Ten minste driemaal per schooljaar vindt een lerarenvergadering plaats. 2. Lerarenvergaderingen worden bovendien gehouden, wanneer: a. het bevoegd gezag dit nodig acht; b. de directeur dit nodig acht; c. ten minste een derde van de leraren dit aan de directeur verzoekt; d. de inspecteur dit nodig acht.
3
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
3. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt de wens tot het houden van een lerarenvergadering schriftelijk kenbaar gemaakt onder opgave van de te behandelen onderwerpen. De lerarenvergadering wordt vervolgens binnen 14 dagen gehouden. 4. De leraren zijn verplicht de lerarenvergaderingen bij te wonen. 5. De lerarenvergaderingen worden buiten de gewone schooluren gehouden met uitzondering van de rapportenvergaderingen, die binnen de normale schooluren kunnen worden gehouden.
Artikel 16
1. De directeur is voorzitter van de vergadering. 2. Aan het begin van ieder schooljaar benoemt de lerarenvergadering uit haar midden een secretaris. 3. De directeur stelt voor iedere vergadering de agenda op in overleg met de secretaris. 4. De oproep tot de vergadering geschiedt, behoudens in spoedeisende gevallen, ten minste acht dagen van tevoren. 5. In de eerstvolgende vergadering worden de besluitenlijst en de notulen door de vergadering vastgesteld, waarna ze door de directeur en de secretaris worden getekend. 6. Het bevoegd gezag en de inspecteur hebben te allen tijde het recht van inzage in de besluitenlijsten van de lerarenvergadering.
Artikel 17
1. Al hetgeen het belang van de school en het onderwijs raakt, kan onderwerp van bespreking in de vergadering zijn. 2. De lerarenvergadering kan jaarlijks vóór 15 september een lijst opstellen met onderwerpen waarover door de lerarenvergadering een beslissing zal worden genomen, en met onderwerpen waarover door de lerarenvergadering een advies zal worden uitgebracht aan de directeur. Deze lijst dient ter goedkeuring te worden aangeboden aan het bevoegd gezag. 3. Ten minste eenmaal per trimester wordt een rapportvergadering gehouden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 33. 4. De besluiten van de lerarenvergadering worden genomen bij meerderheid van stemmen. 5. Over personen, met uitzondering van leerlingen, wordt schriftelijk gestemd; over zaken wordt mondeling gestemd.
Artikel 18
1. De directeur en de lerarenvergadering kunnen in onderling overleg deelvergaderingen vormen, die een eigen taak hebben; er kan bepaald worden, dat deze vergaderingen namens de lerarenvergadering besluiten mogen nemen. 2. De taak van de deelvergadering wordt nauwkeurig vastgesteld door de lerarenvergadering. Daarbij kunnen ook voorschriften worden gegeven ten aanzien van haar werkwijze. 3. De directeur of een door hem in overleg met de lerarenvergadering aangewezen leraar is voorzitter van de deelvergadering. De vergadering kiest uit haar midden een secretaris.
4
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
§ 5. Leerplan en lesrooster
Artikel 19
1. De directeur ontwerpt jaarlijks, met inachtneming van de Regeling model leerplannen en -lesroosters en inzending daarvan, na bespreking met de gezamenlijke leraren, het leerplan en de lesrooster en zendt deze vóór 15 september naar het bevoegd gezag. 2. Het eerste lid is eveneens van toepassing op een tussentijdse wijziging van het leerplan of de lesrooster, met dien verstande dat de directeur deze alleen bespreekt met de betrokken leraren.
Artikel 20
1. Het leerplan vermeldt in ieder geval: a. de omvang van het onderwijs aan de school, waaronder wordt verstaan: – de algemene onderwijsdoeleinden, de leer- en ontwikkelingsdoeleinden van de school; – de didactische werkvormen, de onderwijsleerpakketten, waaronder ook excursies, practica en werkopdrachten; – de schoolorganisatie, waaronder begrepen de indeling in groepen en andere regelingen met het oog op de inrichting van het onderwijsleerproces; – de wijze waarop wordt nagegaan, of en in hoeverre door de school- organisatie en de inhoud van het onderwijsleerproces de gewenste resultaten worden bereikt; – de wijze waarop de voortgang van de leerlingen wordt beoordeeld en daarover wordt gerapporteerd; – de wijze waarop contact met de ouders wordt onderhouden; b. de verdeling van de leerstof over de jaren; c. de bijzondere taken, bedoeld in artikel 8. 2. De directeur verdeelt na overleg met de lerarenvergadering de uit het leerplan voortvloeiende werkzaamheden.
Artikel 21
De lesrooster wordt vastgesteld in overeenstemming met het leerplan en vermeldt in ieder geval: a. de schooltijden, inclusief de pauzes; b. een overzicht van het dagelijks per leraar, per vak en per klas uitgetrokken aantal uren; c. de namen van de leraren en het vak of de vakken, waarin zij lesgeven; d. de begin- en einddata van de schoolvakanties en de feestdagen.
Artikel 22
Afwijking van de lesrooster kan plaatshebben, indien de directeur in overleg met de directeur van de Directie Onderwijs dit noodzakelijk acht en de inspecteur zijn toestemming heeft verleend.
Artikel 23
Ieder jaar wordt vóór 1 december de op voordracht van de vaksecties ontworpen lijst van boeken en leermiddelen voor het komende schooljaar in de lerarenvergadering goedgekeurd en aan het bevoegd gezag ter vaststelling aangeboden.
5
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
§ 6. Schoolprogramma, jaarverslag en leerlingenregister
Artikel 24
1. Jaarlijks wordt het schoolprogramma door de directeur ontworpen. 2. Het ontwerp -programma wordt vóór de aanvang van het nieuwe schooljaar aan het bevoegd gezag ter vaststelling gezonden. 3. Het schoolprogramma omvat ten minste: a. de naam, het adres en het telefoonnummer van de inspecteur; b. de namen, adressen en telefoonnummers van de directeur, de adjunct- directeuren en de leraren van de school, met vermelding van de vakken waarin zij onderwijs geven; c. de namen, adressen en telefoonnummers van het aan de school verbonden administratief personeel; d. de lessentabel; e. inlichtingen van financiële en schoolorganisatorische aard, die voor de ouders en de leerlingen van belang zijn; f. het spreekuur van de directeur, de adjunct-directeuren en de leraren met speciale opdrachten; g. een opgave van de aanvang en het einde der lessen en de data van de schoolvakanties en de feestdagen. 4. Het programma wordt uiterlijk op de eerste schooldag uitgereikt aan de leraren, het administratief personeel en de leerlingen.
Artikel 25
De directeur zendt jaarlijks vóór 1 november aan het bevoegd gezag een beredeneerd verslag over het afgelopen schooljaar en doet daarvan een afschrift toekomen aan de inspecteur, de leraren en de oudercommissie.
Artikel 26
1. Op de school is een leerlingenkaart of een dossier, waarin ten minste worden aangetekend: a. de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de leerlingen, hun identiteitsnummer, alsmede hun woonplaats en adres en de datum van inschrijving; b. gegevens over de vooropleiding van de leerling, het eventuele toelatingsonderzoek en het toelatingsrapport, bedoeld in artikel 20 van de Landsverordening basisonderwijs (AB 1989 no. GT 75); c. gegevens over het studieverloop van de leerling en de wijze waarop de leerling zich gedurende de cursus ontwikkelt; d. het tijdstip waarop de leerling de school heeft verlaten, met vermelding van de reden waarom het schoolbezoek is geëindigd; e. de uitslag van het eindexamen en de waarderingen die zijn toegekend voor de vakken waarin de leerling is geëxamineerd. 2. De leerlingenkaart of het dossier kan te allen tijde door het onderwijzend personeel worden geraadpleegd.
§ 7. Toelating en bevordering van de leerlingen
Artikel 27
1. De beslissing waarbij een leerling al dan niet wordt toegelaten tot de school, wordt schriftelijk aan de ouders van de leerling of, indien hij meerderjarig is, aan de leerling zelf meegedeeld.
6
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
2. De ouders of, indien hij meerderjarig is, de leerling kunnen tegen deze beslissing in beroep komen bij het bevoegd gezag binnen 14 dagen na de datum van verzending van de beslissing.
Artikel 28
Na de eerste algemene beoordeling van de leerlingen van het eerste leerjaar stelt de directeur het hoofd van de school voor basis- of speciaal onderwijs, waarvan een leerling afkomstig is, op de hoogte van de studieresultaten. Nadien worden deze inlichtingen verstrekt op verzoek.
Artikel 29
1. Het oordeel over de vakken van een leerling wordt driemaal per jaar ingevuld op een rapport waarvan het bevoegd gezag het model vaststelt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de cijfers 1 tot en met 10, desgewenst met de daartussen liggende cijfers met één decimaal. 2. Het rapport bevat een ruimte voor opmerkingen over zaken als inzet, motivatie, verzuim en sociaal gedrag van de leerling. 3. In de schaal van cijfers komt aan de gehele cijfers van 1 tot en met 10 de volgende betekenis toe: 1 = zeer slecht 6 = voldoende 2 = slecht 7 = ruim voldoende 3 = zeer onvoldoende 8 = goed 4 = onvoldoende 9 = zeer goed 5 = bijna voldoende 10 = uitmuntend
Artikel 30
1. De rapporten worden aan de leerlingen of hun ouders meegegeven. In geval van minderjarige leerlingen moeten de rapporten door de ouders voor gezien worden getekend. 2. Een leerling die in de loop van een schooljaar de school verlaat, ontvangt zijn rapport. 3. De directeur zorgt ervoor, dat op een leerlingenkaart of in een dossier afschrift wordt gehouden van de rapporten die aan de leerlingen van de school worden verstrekt.
Artikel 31
Over de keuze van de door de leerlingen bij het onderwijs te volgen vakken overleggen de directeur of de door hem daartoe aangewezen leraren met de leerling en, indien hij minderjarig is, zijn ouders.
Artikel 32
1. De directeur zorgt ervoor, dat de leerlingen en, indien zij minderjarig zijn, de ouders regelmatig worden ingelicht over de beoordeling van de studieresultaten en, desgevraagd, over de gronden waarop deze berusten. 2. De directeur zorgt ervoor, dat, indien de studieresultaten van de leerling aanleiding geven tot het treffen van maatregelen, deze vooraf met de leerling en, indien hij minderjarig is, zijn ouders worden besproken.
7
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Artikel 33
1. Aan het eind van het schooljaar beslist de rapportenvergadering over het door iedere leerling in het volgende schooljaar te volgen onderwijs. 2. De beslissing houdt in: a. bevordering tot het naasthogere leerjaar, of b. voorwaardelijke bevordering tot het naasthogere leerjaar, of c. afwijzing voor het naasthogere leerjaar. Voor zover van toepassing, vermeldt de beslissing tevens tot welke afdeling, differentiatie of stroom de leerling wordt toegelaten. 3. De stemming over de beslissing, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats door alle leraren bij wie de leerling lessen volgt. Blanco stemmen en stemmen bij volmacht is niet toegestaan. 4. De rapportenvergadering kan de bevordering tot het naasthogere leerjaar afhankelijk stellen van een door de leerling te volvoeren taak of een toets. In geval van een toets wordt de definitieve beslissing, bedoeld in het tweede lid, opgeschort tot na het afleggen door de leerling van die toets.
Artikel 34
1. Voorwaardelijke bevordering wordt uitdrukkelijk op het eindrapport vermeld. Bovendien wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de ouders, waarbij tevens de voorwaarden worden vermeld om te kunnen worden bevorderd, alsmede het tijdstip waarop definitief over de bevordering wordt beslist. Dit tijdstip ligt tussen 1 oktober en 1 januari. 2. Een leerling wordt niet voorwaardelijk bevorderd tot het hoogste leerjaar. 3. Aan scholen voor v.w.o., h.a.v.o. of m.a.v.o. wordt een leerling bovendien niet voorwaardelijk bevorderd tot het tweede leerjaar.
Artikel 35
1. Indien een leerling voor de tweede maal door de lerarenvergadering wordt afgewezen voor hetzelfde naasthogere leerjaar, moet hij de school verlaten. 2. Van het eerste lid kan alleen worden afgeweken ingeval een leerling in de in dat lid bedoelde periode langer dan 3 maanden onafgebroken wegens ziekte de school niet heeft kunnen bezoeken.
§ 8. Disciplinaire maatregelen ten aanzien van de leerlingen
Artikel 36
1. Het is de leraar niet toegestaan een leerling lichamelijk en geestelijk te tuchtigen. 2. Het is toegestaan een leerling bij wijze van straf te verplichten gedurende de pauzes in de school of tot het einde van de laatste lessen op school te verblijven.
Artikel 37
1. Het is de leraar toegestaan bij wijze van straf aan een leerling die bij hem lessen volgt, extra werk op te geven, dat thuis moet worden verricht. 2. Het extra werk dient uit pedagogisch en didactisch oogpunt
8
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
verantwoord te zijn en te zijn gericht op verbetering van het gedrag van de leerling. 3. De directeur is bevoegd een door een leraar opgelegde straf, na overleg met de betrokken leraar, op te heffen.
Artikel 38
1. De directeur kan besluiten tot schorsing van een leerling voor ten hoogste drie dagen. Hij stelt de directeur van de Directie Onderwijs, de ouders en de inspecteur hiervan onverwijld in kennis. Een leerling wordt niet geschorst in de periode, dat hij moet deelnemen aan een centraal proefwerk, schoolonderzoek of schriftelijk examen. 2. Over definitieve verwijdering wordt beslist door het bevoegd gezag, de directeur gehoord. 3. In de gevallen, genoemd in het tweede lid, vindt verwijdering plaats, nadat de leerling en, indien hij minderjarig is, ook zijn ouders in de gelegenheid zijn gesteld hierover te worden gehoord, en nadat overleg met de inspecteur is gepleegd. 4. Van een definitieve verwijdering stelt het bevoegd gezag de inspecteur en de ouders onverwijld schriftelijk in kennis met opgave van de redenen die tot de verwijdering hebben geleid.
§ 9. Bescherming van de gezondheid
Artikel 39
1. De leraar die in contact staat of ten hoogste veertien dagen geleden heeft gestaan met een persoon die lijdende is aan pest, cholera, buiktyfus, dysenterie, kinderverlamming, lepra of difterie, doet hiervan onmiddellijk mededeling aan de directeur, die onverwijld het bevoegd gezag ervan in kennis stelt. 2. Het is de in het eerste lid bedoelde leraar verboden in het schoolgebouw aanwezig te zijn, tenzij uit een geneeskundige verklaring blijkt, dat gevaar voor overbrenging van de ziekte niet of niet meer bestaat. 3. Indien de directeur vermoedt, dat een leerling lijdt aan een besmettelijke ziekte als bedoeld in het eerste lid, bericht hij dit onmiddellijk met opgave van de naam en de woonplaats van de leerling aan de schoolartsendienst. 4. De directeur is verplicht aan allen die een besmettelijke ziekte hebben, de toegang tot de school te weigeren. 5. Het overige personeel is verplicht de directeur onmiddellijk opmerkzaam te maken op alle gevallen, bedoeld in het derde en vierde lid.
Artikel 40
1. Indien de directeur vermoedt, dat een leerling lijdt aan verwaarlozing of het slachtoffer is van geestelijke of lichamelijke mishandeling of misbruik, maakt hij onmiddellijk met opgave van de naam en de woonplaats van de leerling een afspraak voor deze leerling met de schoolartsendienst of met de schoolmaatschappelijk werk(st)er. 2. Het overige personeel is verplicht de directeur onmiddellijk opmerkzaam te maken op alle gevallen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 41
De verkoop, het nuttigen en het in bezit hebben van middelen als
9
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
bedoeld in de Landsverordening verdovende middelen (AB 1990 no. GT 7) is verboden en kan leiden tot definitief verwijderen van de school.
Artikel 42
Het is niet toegestaan om tijdens de lessen of andere onderwijsleeractiviteiten te roken in ruimten waarin leerlingen verblijven. In de overige ruimten is het alleen toegestaan te roken, indien de daarin aanwezige personen daartegen geen bezwaar hebben.
Artikel 43
Het is niet toegestaan om op school in de tijd, dat er lesgegeven wordt, tijdens de pauzes of tijdens schoolactiviteiten buiten de school alcoholhoudende dranken te nuttigen.
§ 10. Overige bepalingen
Artikel 44
1. De directeur neemt maatregelen, opdat ten minste een half uur vóór de aanvang van de lessen één of meer personeelsleden op de school aanwezig zijn om toezicht te houden op de leerlingen. 2. Zolang er leerlingen op school aanwezig zijn, blijft een lid van de schoolleiding op school.
Artikel 45
Behalve aan de autoriteiten voor wie krachtens andere wettelijke regelingen de school te allen tijde toegankelijk is, verschaft de directeur op daartoe geuit verlangen toegang tot de school aan: – de directeur van de Dienst Openbare Werken of één of meer door deze aangewezen personen; – de Inspecteur voor de Volksgezondheid en de directeur van de Directie Volksgezondheid of één of meer door hen aangewezen personen; – alle anderen die door het bevoegd gezag zijn aangewezen.
Artikel 46
Zonder schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag, de directeur gehoord, mogen de schoollokalen niet tot een ander doel dan tot het geven van openbaar onderwijs worden gebruikt.
Artikel 47
Indien een leerling moedwillig of door grove onvoorzichtigheid schade toebrengt aan het schoolgebouw of aan de inventaris, brengt de directeur dit ter kennis van het bevoegd gezag, dat het bedrag van de schade vaststelt en bepaalt hoe de invordering ervan zal geschieden.
Artikel 48
1. Het personeelslid dat wegens ziekte of om andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, dient vóór het begin van de lessen, onder opgave van redenen, hiervan mededeling te doen of te laten doen aan de schoolleiding. Deze stelt onverwijld de directeur van de Directie Onderwijs daarvan in kennis. 2. In geval van verhindering wegens ziekte moet het betrokken
10
************************* AB 1992 no. 76 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
personeelslid onverwijld contact opnemen met de daartoe aangewezen bedrijfsarts, die de mate en de duur van de arbeidsongeschiktheid vaststelt. Het personeelslid deelt de conclusies van de bedrijfsarts onmiddellijk mee aan de schoolleiding. 3. De vrijstelling van dienst wegens ziekte wordt uitsluitend verleend, voor zover uit een schriftelijke verklaring van de bedrijfsarts blijkt, dat deze vrijstelling medisch noodzakelijk is.
Artikel 49
Het personeel van de school is verplicht zijn werkzaamheden netjes gekleed en goed verzorgd te verrichten, zulks ter beoordeling van de directeur.
Artikel 50
De directeur stelt na overleg met de lerarenvergadering een huishoudelijk reglement voor de school op. Dit reglement behoeft de goedkeuring van het bevoegd gezag.
§ 11. Slotbepalingen
Artikel 51
De ministeriële beschikking van 7 oktober 1991, no. Ond/28, met bijbehorende bijlage Reglement voor de openbare scholen voor voortgezet onderwijs, wordt ingetrokken.
Artikel 52
1. Deze ministeriële regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar plaatsing in het Afkondigingsblad van Aruba. 2. Zij kan worden aangehaald als Regeling schoolreglement openbaar voortgezet onderwijs.