Regeling schoolreglementen openbaar basis- en speciaal onderwijs AB 1992 no. 75

*************************

AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014

************************* ==================================================================== 

Intitulé : MINISTERIËLE REGELING ter uitvoering van artikel 17 van de Landsverordening basisonderwijs (AB 1989 no. GT 75) 

Citeertitel: Regeling schoolreglement openbaar basis- en speciaal onderwijs 

Vindplaats : AB 1992 no. 75 

Wijzigingen: Geen 

DOWNLOAD PDF

==================================================================== 

Please enter desired keyword in box bellow and press enter/backspace

§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
Deze regeling verstaat onder: bevoegd gezag : de minister van Welzijnszaken; school : een openbare school voor basisonderwijs of speciaal onderwijs; ouders : ouders, voogden en die meerderjarige personen, die kinderen van anderen als eigen kinderen onderhouden en opvoeden; inspecteur : de inspecteur, belast met het toezicht op de school.
§ 2. De schoolleiding
Artikel 2
Het hoofd van de school is belast met de leiding van de school en is tegenover het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de gang van zaken op school.
Artikel 3
1. Jaarlijks wordt door het bevoegd gezag, na ingewonnen bericht van het hoofd van de school, een onderwijzer benoemd die het hoofd bij diens afwezigheid vervangt. Tijdens de vervanging rusten op hem als plaatsvervangend hoofd al de verplichtingen van het hoofd van de school. 2. Het hoofd van de school zorgt dat het plaatsvervangend hoofd steeds ingelicht is omtrent al hetgeen tot de leiding van de school behoort.
Artikel 4
Het hoofd van de school bepaalt na overleg met de directeur van de Directie Onderwijs in welke klas(sen) de onderwijzers die aan de school zijn benoemd, onderwijs zullen geven.
Artikel 5
1. Het hoofd van de school staat de onderwijzers en het overige personeel met raad en voorlichting bij en beijvert zich om, ook door bevordering van onderlinge samenwerking, een zo gunstig mogelijk klimaat te scheppen voor het aan de school te geven onderwijs. 2. Indien een onderwijzer of een ander personeelslid zonder geldige reden afwezig is of zich anderszins schuldig maakt aan plichtsverzuim of aan onbehoorlijk gedrag in woord of daad, dient het hoofd
************************* AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
van de school daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk kennis te geven aan het bevoegd gezag.
Artikel 6
1. Het hoofd van de school zorgt, dat de directeur van de Directie Onderwijs in het bezit is van de adressen van het aan de school verbonden personeel. Van elke verandering doet hij opgave aan de directeur van de Directie Onderwijs. 2. Het hoofd van de school bewaart ontvangen stukken en tevens afschriften van verzonden stukken. 3. Het plaatsvervangend hoofd is het hoofd van de school zo nodig bij de administratie behulpzaam, mits hij daardoor niet aan zijn lesgevende taak wordt onttrokken.
Artikel 7
Het hoofd van de school heeft het beheer over de schoolbibliotheek; hij kan het dagelijks beheer ervan aan een onderwijzer opdragen.
Artikel 8
1. Het hoofd van de school ziet erop toe, dat in elke klas door alle leerlingen volledig wordt deelgenomen aan het voor hen bestemde onderwijs. 2. Alleen het hoofd van de school is bevoegd in bijzondere gevallen aan leerlingen vrijstelling van het bijwonen van lessen te verlenen of aan hen toestemming te geven de school gedurende de schooltijd te verlaten.
Artikel 9
1. Van buitengewone voorvallen die zich met betrekking tot de school hebben voorgedaan, bericht het hoofd van de school zo spoedig mogelijk het bevoegd gezag. 2. Bij ongelukken van ernstige aard treft het hoofd van de school onverwijld die maatregelen die voor de getroffen leerling van belang zijn.
Artikel 10
Het hoofd van de school dient in de tijd dat hij geen les geeft op school, aldaar aanwezig te zijn, tenzij dit niet mogelijk is in verband met werkzaamheden elders ten behoeve van de school.
§ 3. De onderwijzers
Artikel 11
1. De onderwijzer geeft onderwijs en verricht de daaruit voortvloeiende werkzaamheden, alsmede de algemene en bijzondere taken die hem worden opgedragen. 2. De onderwijzer zorgt, dat het voor zijn klas vastgestelde leerplan wordt afgewerkt, waarbij de voorgeschreven lesrooster wordt gevolgd.
2
************************* AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Artikel 12
1. De onderwijzer dient een kwartier vóór het begin van zijn lessen op school aanwezig te zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 41. 2. De onderwijzer dient zich gedurende de tijd dat zijn leerlingen op school zijn, onafgebroken met de leerlingen bezig te houden op een wijze die uit pedagogisch en didactisch oogpunt verantwoord is. 3. De onderwijzer mag de school slechts in bijzondere gevallen verlaten vóór het einde van zijn lessen, mits het schoolhoofd zijn toestemming geeft en deze een tijdelijke regeling treft, waardoor het onderwijs voortgaat en het naar huis zenden van één of meer klassen wordt vermeden. In geval van twijfel kan het hoofd van de school zich met de directeur van de Directie Onderwijs verstaan ter bepaling, of een voorkomend geval al dan niet als bijzonder is aan te merken.
Artikel 13
1. De onderwijzer dient de opdrachten en aanwijzingen van het schoolhoofd ten aanzien van de schoolorde en de gang van het onderwijs stipt op te volgen. 2. Indien een onderwijzer bezwaren heeft tegen een opdracht of aanwijzing, kan hij daaromtrent binnen 48 uur een bezwaarschrift bij het bevoegd gezag indienen. Het bevoegd gezag beslist binnen 5 werkdagen. Het bezwaarschrift schort de werking van het bevel of de aanwijzing niet op. 3. De onderwijzer geeft aan het hoofd van de school onverwijld een afschrift van het bezwaarschrift.
Artikel 14
1. De onderwijzer houdt dagelijks aantekening van de verzuimen en van het te laat komen van de leerlingen in zijn klas. Het hoofd van de school brengt deze aantekeningen wekelijks over op de absentielijst van de school. 2. De onderwijzer bespreekt met het schoolhoofd zo spoedig mogelijk de willekeurige verzuimen en het te laat komen van leerlingen van zijn klas, waarna dit met de ouders van de betrokken leerling wordt besproken.
Artikel 15
1. De onderwijzer licht de ouders desgevraagd volledig in over de vorderingen van hun kind. 2. Ten minste eenmaal per trimester wordt een ouderavond gehouden.
Artikel 16
1. Het is de onderwijzer niet toegestaan tegen vergoeding privé-lessen te geven aan leerlingen die van hem op school onderwijs in het desbetreffende vak ontvangen. 2. Het is het hoofd van de school niet toegestaan tegen vergoeding privé-lessen te geven aan leerlingen van zijn school in vakken die aan zijn school worden gegeven.
3
************************* AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
§ 4. De school vergadering
Artikel 17
1. Ten minste driemaal per schooljaar vindt een schoolvergadering plaats van het onderwijzend personeel. 2. Schoolvergaderingen worden bovendien gehouden, wanneer: a. het bevoegd gezag dit nodig acht; b. het hoofd van de school dit nodig acht; c. ten minste een derde van de onderwijzers dit aan het hoofd van de school verzoekt; d. de inspecteur dit nodig acht. 3. In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, wordt de wens tot het houden van een schoolvergadering schriftelijk kenbaar gemaakt onder opgave van de te behandelen onderwerpen. De schoolvergadering wordt vervolgens binnen 14 dagen gehouden. 4. De onderwijzers zijn verplicht de schoolvergaderingen bij te wonen. 5. De schoolvergaderingen worden buiten de gewone schooluren gehouden.
Artikel 18
1. Het hoofd van de school is voorzitter van de vergadering. 2. Aan het begin van ieder schooljaar benoemt de schoolvergadering uit haar midden een secretaris. 3. Het hoofd van de school stelt voor iedere vergadering de agenda op in overleg met de secretaris. 4. De oproep tot de vergadering geschiedt, behoudens in spoedeisende gevallen, ten minste acht dagen van tevoren. 5. In de eerstvolgende vergadering worden de notulen en de besluitenlijst door de vergadering vastgesteld, waarna ze door het hoofd van de school en de secretaris worden getekend. 6. Het bevoegd gezag en de inspecteur hebben te allen tijde het recht van inzage in de besluitenlijst van de schoolvergadering.
Artikel 19
1. Al hetgeen het belang van de school en het onderwijs raakt, kan een onderwerp van bespreking in de vergadering zijn. 2. De schoolvergadering kan jaarlijks vóór 15 september een lijst opstellen met onderwerpen, waarover door de schoolvergadering een beslissing zal worden genomen, en met onderwerpen waarover door de schoolvergadering een advies zal worden uitgebracht aan het hoofd van de school. Deze lijst dient ter goedkeuring te worden aangeboden aan het bevoegd gezag. 3. Ten minste eenmaal per trimester wordt een rapportvergadering gehouden, waarin de probleemgevallen worden besproken. 4. De besluiten van de schoolvergadering worden genomen bij meerderheid van stemmen. 5. Over personen, met uitzondering van leerlingen, wordt schriftelijk gestemd; over zaken wordt mondeling gestemd.
§ 5. Leerplan en lesrooster
Artikel 20
1. Het hoofd van de school ontwerpt jaarlijks, met inachtneming
4
************************* AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
van de Regeling model leerplannen en -lesroosters en inzending daarvan, na bespreking met de gezamenlijke onderwijzers, het leerplan en de lesrooster en zendt deze vóór 15 september naar het bevoegd gezag. 2. Het eerste lid is eveneens van toepassing op een tussentijdse wijziging van het leerplan of de lesrooster, met dien verstande dat het hoofd deze alleen bespreekt met de betrokken onderwijzers.
Artikel 21
Het leerplan vermeldt in ieder geval: a. de omvang van het onderwijs aan de school, waaronder wordt verstaan: – de algemene onderwijsdoeleinden, de leer- en ontwikkelingsdoeleinden van de school; – de didactische werkvormen, de onderwijsleerpakketten, waaronder ook excursies, practica en werkopdrachten; – de schoolorganisatie, waaronder begrepen de indeling in groepen en andere regelingen met het oog op de inrichting van het onderwijsleerproces; de wijze waarop wordt nagegaan, of en in hoeverre door de school organisatie en de inhoud van het onderwijsleerproces de gewenste resultaten worden bereikt; de wijze waarop de voortgang van de leerlingen wordt beoordeeld en daarover wordt gerapporteerd; de wijze waarop contact met de ouders wordt onderhouden; b. de bij het onderwijs te hanteren voertaal; c. de verdeling van de leerstof over de leerjaren; d. de tijd die aan een vak zal worden besteed, zowel afzonderlijk als in samenhang met andere vakken; e. een lijst van de bij het onderwijs te gebruiken boeken en andere leer- en hulpmiddelen.
Artikel 22
De lesrooster wordt vastgesteld in overeenstemming met het leerplan en vermeldt in ieder geval: a. de schooltijden, inclusief de pauzes; b. een overzicht van het dagelijks per vak en per klas uitgetrokken aantal uren; c. de namen van de onderwijzers, onder aanduiding in welke klas(sen) zij les geven; d. de begin- en einddata van de schoolvakanties en de feestdagen.
Artikel 23
Het hoofd van de school zorgt ervoor, dat in elk schoollokaal de lesrooster van de in dat lokaal geplaatste klas op een zichtbare plaats wordt opgehangen.
Artikel 24
Afwijking van de lesrooster kan plaatshebben, indien het hoofd van de school in overleg met de directeur van de Directie Onderwijs dit noodzakelijk acht en de inspecteur zijn toestemming heeft verleend.
5
************************* AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
§ 6. Jaarverslag en leerlingenregister
Artikel 25
Het hoofd van de school zendt jaarlijks vóór 1 november aan het bevoegd gezag een beredeneerd verslag over het afgelopen schooljaar en doet daarvan een afschrift toekomen aan de inspecteur, de onderwijzers en de oudercommissie.
Artikel 26
1. Op de school is een leerlingenkaart of een dossier, waarin ten minste worden aangetekend: a. de naam, voornamen, geboorteplaats, geboortedatum van de leerlingen, hun identiteitsnummer, alsmede hun woonplaats en adres en de datum van inschrijving; b. gegevens over het studieverloop van de leerling en de wijze waarop de leerling zich gedurende de cursus ontwikkelt; c. het tijdstip waarop de leerling de school heeft verlaten, met vermelding van de reden waarom het schoolbezoek is geëindigd; d. het rapport ten behoeve van de toelating van de leerling tot het voortgezet onderwijs. 2. De leerlingenkaart of het dossier kan te allen tijde door het onderwijzend personeel worden geraadpleegd.
§ 7. Aanmelding en bevordering van de leerlingen
Artikel 27
1. Jaarlijks in de maand juni wordt op ten minste twee niet opeenvolgende dagen gelegenheid gegeven tot inschrijving van leerlingen voor het nieuwe schooljaar bij het hoofd van de school. 2. De dagen en uren van de inschrijving worden door de directeur van de Directie Onderwijs bepaald en bij advertentie bekend gemaakt in één of meer lokale dagbladen. 3. De inschrijving mag niet leiden tot het uitvallen van lessen.
Artikel 28
1. De onderwijzer houdt in zijn klas aantekening van de vorderingen van iedere leerling door het geven van cijfers van 1 tot en met 10. 2. Het hoofd van de school moet regelmatig deze cijfers nagaan. Hij bespreekt de normering met de onderwijzers ten einde een uniforme beoordeling te bevorderen.
Artikel 29
1. Het oordeel over het gedrag, de vlijt en de vakken van een leerling wordt driemaal per jaar ingevuld op een rapport waarvan het bevoegd gezag het model vaststelt. Het oordeel over de vakken wordt vastgesteld in hele cijfers van 1 tot en met 10. 2. In het eerste leerjaar wordt slechts tweemaal een rapport ingevuld.
6
************************* AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
3. In de schaal van cijfers komt aan de gehele cijfers van 1 tot en met 10 de volgende betekenis toe: 1 = zeer slecht 6 = voldoende 2 = slecht 7 = ruim voldoende 3 = zeer onvoldoende 8 = goed 4 = onvoldoende 9 = zeer goed 5 = bijna voldoende 10 = uitmuntend.
Artikel 30
1. De rapporten worden vóór de Kerst-, Paas- en grote vakantie aan de leerlingen meegegeven om ze door de ouders voor gezien te laten tekenen. 2. Een leerling die in de loop van een schooljaar de school verlaat, ontvangt zijn rapport. 3. Het hoofd van de school houdt op een leerlingenkaart of in een dossier afschrift van de rapporten die aan de leerlingen van de school worden verstrekt.
Artikel 31
1. Het hoofd van de school bepaalt aan het eind van het schooljaar in overleg met de onderwijzers die in een klas onderwijs gegeven hebben, welke leerlingen van de desbetreffende klas op grond van hun prestaties al dan niet voorwaardelijk zullen worden bevorderd. 2. Indien een leerling voorwaardelijk is bevorderd, bepaalt het hoofd van de school in overleg met de onderwijzers die aan de leerling onderwijs geven, of op grond van zijn prestaties de voorwaardelijke bevordering in een definitieve wordt omgezet, danwel de leerling wordt teruggezet. De beslissing wordt genomen tussen 1 oktober en 1 januari.
Artikel 32
Voorwaardelijke bevordering wordt uitdrukkelijk op het eindrapport vermeld. Bovendien wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de ouders, waarbij wordt vermeld het tijdstip waarop definitief over de overgang wordt beslist.
§ 8 . Disciplinaire maatregelen ten aanzien van de leerlingen
Artikel 33
1. Het is de onderwijzer niet toegestaan een leerling lichamelijk en geestelijk te tuchtigen. 2. Het is toegestaan een leerling bij wijze van straf te verplichten gedurende de pauzes in de school of tot het einde van de lessen op school te verblijven.
Artikel 34
1. Het is de onderwijzer toegestaan bij wijze van straf aan leerlingen van zijn klas extra werk op te dragen, dat thuis moet worden verricht. 2. Het extra werk dient uit pedagogisch en didactisch oogpunt verantwoord te zijn en te zijn gericht op verbetering van het gedrag de leerling. 3. Het hoofd van de school is bevoegd een door een onderwijzer opgelegde straf, na overleg met de betrokken onderwijzer, op te heffen
7
************************* AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================

Artikel 35
1. Het hoofd van de school kan besluiten tot schorsing van een leerling voor ten hoogste drie dagen. Hij stelt de directeur van de Directie Onderwijs, de ouders en de inspecteur hiervan onverwijld in kennis. 2. Over definitieve verwijdering wordt beslist door het bevoegd gezag, het hoofd van de school gehoord. 3. In de gevallen, genoemd in het tweede lid, vindt verwijdering plaats, nadat het bevoegd gezag de ouders in de gelegenheid heeft gesteld hierover te worden gehoord, en nadat overleg met de inspecteur is gepleegd. 4. Van een definitieve verwijdering stelt het bevoegd gezag de inspecteur en de ouders onverwijld schriftelijk in kennis met opgave van de redenen die tot de verwijdering hebben geleid.
§ 9. Bescherming van de gezondheid
Artikel 36
1. De onderwijzer die in contact staat of ten hoogste veertien dagen geleden heeft gestaan met een persoon die lijdende is aan pest, cholera, buiktyfus, dysenterie, kinderverlamming, lepra of difterie, doet hiervan onmiddellijk mededeling aan het hoofd van de school, die onverwijld het bevoegd gezag ervan in kennis stelt. 2. Het is de in het eerste lid bedoelde onderwijzer verboden in het schoolgebouw aanwezig te zijn, tenzij uit een geneeskundige verklaring blijkt, dat gevaar voor overbrenging van de ziekte niet of niet meer bestaat. 3. Indien het hoofd vermoedt, dat een leerling lijdt aan een besmettelijke ziekte als bedoeld in het eerste lid, bericht hij dit onmiddellijk met opgave van de naam en de woonplaats van de leerling aan de schoolartsendienst. 4. Het hoofd van de school is verplicht aan allen die een besmettelijke ziekte hebben, de toegang tot de school te weigeren. 5. Het overige personeel is verplicht het hoofd van de school onmiddellijk opmerkzaam te maken op alle gevallen, bedoeld in het derde en vierde lid.
Artikel 37
1. Indien het hoofd van de school vermoedt, dat een leerling lijdt aan verwaarlozing of het slachtoffer is van geestelijke of lichamelijke mishandeling of misbruik, maakt hij onmiddellijk met opgave van naam en woonplaats van de leerling een afspraak voor deze leerling met de schoolartsendienst of met de schoolmaatschappelijk werk(st)er. 2. Het overige personeel is verplicht het hoofd onmiddellijk opmerkzaam te maken op alle gevallen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 38
De verkoop, het nuttigen en het in bezit hebben van middelen als bedoeld in de Landsverordening verdovende middelen (AB 1990 no. GT 7) is verboden en kan leiden tot definitief verwijderen van de school.
8
************************* AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Artikel 39
Het is niet toegestaan om tijdens de lessen of andere onderwijsleeractiviteiten te roken in ruimten waarin leerlingen verblijven. In de overige ruimten is het alleen toegestaan te roken, indien de daarin aanwezige personen daartegen geen bezwaar hebben.
Artikel 40
Het is niet toegestaan om op school in de tijd dat er les gegeven wordt, tijdens de pauzes of tijdens schoolactiviteiten buiten de school alcoholhoudende dranken te nuttigen.
§ 10. Overige bepalingen
Artikel 41
1. Het hoofd van de school neemt maatregelen, opdat ten minste een half uur vóór de aanvang van de lessen één of meer personeelsleden op de school aanwezig zijn om toezicht te houden op de leerlingen. 2. Zolang er leerlingen op school aanwezig zijn, blijft het hoofd of het plaatsvervangend hoofd op school.
Artikel 42
1. In het eerste tot en met derde leerjaar kan huiswerk in één vak opgegeven worden. 2. In de vierde en hogere leerjaren kan huiswerk in één of meer vakken opgegeven worden. 3. Het hoofd van de school is bevoegd dit met de betrokken onderwijzer te regelen.
Artikel 43
Behalve aan de autoriteiten voor wie krachtens andere wettelijke regelingen de school te allen tijde toegankelijk is, verschaft het hoofd van de school op daartoe geuit verlangen toegang tot de school aan: – de directeur van de Dienst Openbare Werken of één of meer door deze aangewezen personen; – de Inspecteur voor de Volksgezondheid en de directeur van de Directie Volksgezondheid of één of meer door hen aangewezen personen; – alle anderen die door het bevoegd gezag zijn aangewezen.
Artikel 44
Zonder schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag, het hoofd van de school gehoord, mogen de schoollokalen niet tot een ander doel dan tot het geven van openbaar onderwijs worden gebruikt.
Artikel 45
Indien een leerling moedwillig of door grove onvoorzichtigheid schade toebrengt aan het schoolgebouw of aan de inventaris, brengt het hoofd van de school dit ter kennis van het bevoegd gezag, dat het bedrag van de schade vaststelt en bepaalt, hoe de invordering ervan zal geschieden.
9
************************* AB 1992 no. 75 *CENTRAAL WETTENREGISTER* 10 januari 2014 ************************* ====================================================================
Artikel 46
1. Het personeelslid dat wegens ziekte of andere redenen verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, dient vóór het begin van zijn lessen, onder opgave van redenen, hiervan mededeling te doen of te laten doen aan het hoofd of het plaatsvervangend hoofd van de school. Deze stelt onverwijld de directeur van de Directie Onderwijs daarvan in kennis. 2. In geval van verhindering wegens ziekte moet het betrokken personeelslid onverwijld contact opnemen met de daartoe aangewezen bedrijfsarts, die de mate en de duur van de arbeidsongeschiktheid vaststelt. Het personeelslid deelt de conclusies van de bedrijfsarts onmiddellijk mee aan het hoofd of het plaatsvervangend hoofd van de school. 3. De vrijstelling van dienst wegens ziekte wordt uitsluitend verleend, voor zover uit een schriftelijke verklaring van de bedrijfsarts blijkt, dat deze vrijstelling medisch noodzakelijk is.
Artikel 47
Het personeel van de school is verplicht zijn werkzaamheden netjes gekleed en goed verzorgd te verrichten, zulks ter beoordeling van het hoofd.
Artikel 48
Het hoofd van de school stelt na overleg met de schoolvergadering een huishoudelijk reglement voor de school op. Dit reglement behoeft de goedkeuring van het bevoegd gezag.
§ 11. Slotbepalingen
Artikel 49
1. De artikelen 27 en 34 zijn niet van toepassing op de scholen voor speciaal onderwijs. 2. Het bevoegd gezag kan de scholen voor speciaal onderwijs toestaan om af te wijken van de artikelen 28 tot en met 32.
Artikel 50
De ministeriële beschikking van 7 oktober 1991, no. Ond/28, met bijbehorende bijlage Reglement voor de openbare scholen voor basis- en speciaal onderwijs, wordt ingetrokken.
Artikel 51
1. Deze ministeriële regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar plaatsing in het Afkondigingsblad van Aruba. 2. Zij kan worden aangehaald als Regeling schoolreglement openbaar basis- en speciaal onderwijs.
10